Einde
Parlementairewerkzaamheden Inhoudstafel Wijziging(en)
Gearchiveerde versie nr  3

Titel
19 FEBRUARI 1963. _ Wet houdende statuut van hotelinrichtingen.

Dossiernummer : 1963-02-19/30

Nota
Gewijzigd bij   DECREET DUITSTALIGE GEMEENSCHAP  van  09-05-1994   gepubl. op   28-10-1994
     Gewijzigd art.   1-A10
   Van kracht tot   01-01-1994

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-10

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van deze wet wordt als hotelinrichting aangemerkt iedere inrichting die, met winstoogmerk, logies met of zonder maaltijden verstrekt onder de benaming "hotel", "gasthof", "motel" of "pension".De Koning kan deze opsomming met elke andere benaming aanvullen, na het advies van het in artikel 4, § 2, bedoelde technisch comité voor het hotelwezen ingewonnen te hebben.
  Art. 2. Niemand mag zonder vergunning een hotelinrichting exploiteren.
  Art. 3. De in artikel 2 bedoelde vergunning wordt overeenkomstig deze wet verleend, geweigerd, dan wel tijdelijk of voorgoed ingetrokken onder de voorwaarden en in de vormen als bepaald door de Koning.Deze procedure dient de rechten van de verdediging te vrijwaren in geval van weigering of intrekking van een vergunning.
  Art. 4. § 1. De Koning bepaalt :1° de openings- en exploitatievoorwaarden waaraan een hotelinrichting moet voldoen om aan haar bestemming te beantwoorden, inzonderheid uit een oogpunt van zedelijkheid, hygiëne, veiligheid, openbare gezondheid, comfort en belangrijkheid van de inrichting;2° het model van het aan de vergunninghouder uitgereikte schild dat op de hotelinrichting zichtbaar moet worden aangebracht;3° de verplichtingen welke aan de houders van vergunningen mogen worden opgelegd met het oog op het in acht nemen en het bekendmaken van de prijzen, en op het bekendmaken van de kenmerken der hotelinrichtingen;4° het bedrag van de bijdragen die moeten worden geheven tot dekking van de kosten van administratie, controle of toezicht die uit de toepassing van deze wet volgen.§ 2. De bepalingen vastgesteld ingevolge § 1 worden voor advies voorgelegd aan een door de Koning opgericht technisch comité voor het hotelwezen. De beroepsorganisaties van werkgevers en werknemers uit het hotelbedrijf zijn in dit comité vertegenwoordigd.
  <NOTA : Voor de Franse Gemeenschap wordt § 2 van art. 4 vervangen door volgende bepaling : " De bepaling vastgesteld voor de toepassing van § 1 worden voor advies voorgelegd aan het Technisch Comité van het hotelwezen. " (DFG 1988-12-02/32, art. 9, § 1, 002; ED : 24-04-1989)>
  Art. 5. De in artikel 2 bedoelde vergunning kan geweigerd, of voorlopig of voorgoed ingetrokken worden :1° indien de krachtens artikel 4 getroffen voorzieningen niet of niet meer nageleefd worden;2° indien degene die instaat of moet instaan voor het dagelijks beheer van de hotelinrichting in België of in het buitenland door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak is veroordeeld wegens een der misdrijven omschreven in boek II, titel VII, hoofdstukken V, VI en VII; titel VIII, hoofdstukken I, IV en VI, en titel IX, hoofdstukken I en II, van het Strafwetboek, behalve indien de veroordeling voorwaardelijk is en de betrokkene het voordeel van het uitstel niet verloren heeft.
  Art. 6. Met gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met geldboete van zesentwintig frank tot duizend frank, of met één van die straffen alleen, wordt gestraft hij die zonder vergunning of die zonder verlof een hotelinrichting exploiteert en hij die wederrechtelijk houder is van het in artikel 4 van deze wet bedoelde schild.De hoven en rechtbanken kunnen bovendien de dader van het misdrijf verbieden gedurende een periode van één tot twaalf maanden persoonlijk of door een tussenpersoon een hotelinrichting te exploiteren. In geval van herhaling kan het verbod definitief worden. Het verbod wordt van toepassing acht volle dagen na het betekenen van de veroordeling.Zij die volgens artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, zijn gehouden tot het betalen van de geldboete.Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII, en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn toepasselijk op de misdrijven bij deze wet omschreven.
  Art. 7. Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, zijn belast met het opsporen en het vaststellen, bij processen-verbaal, van de overtredingen van deze wet; het personeel van de rijkswacht, de met de gemeentelijke politie belaste ambtenaren en plaatselijke politieagenten en de daartoe op voordracht van de Minister die het toerisme onder zijn bevoegdheid heeft, door de Koning aangewezen ambtenaren en beambten.Bedoelde processen-verbaal zijn rechtsgeldig tot het tegendeel bewezen is. Zij worden aan de bevoegde ambtenaren van het openbaar ministerie doorgezonden en een afschrift ervan wordt binnen vier werkdagen na de vaststelling van de overtreding gezonden aan de overtreder en aan de eigenaar van de hotelinrichting, zo hiertoe aanleiding bestaat, alsmede aan de Minister die het toerisme onder zijn bevoegdheid heeft, alles op straffe van nietigheid.
  Art. 8. Hij die de in artikel 2 van deze wet bedoelde vergunning aanvraagt, staat reeds daardoor toe, dat de Minister tot wiens bevoegdheid het toerisme behoort, zijn ambtenaren of beambten ter plaatse het nuttig of nodig geoordeelde onderzoek doet verrichten.Het bezoek heeft alleen overdag plaats en mag zich niet tot de door gasten betrokken kamers uitstrekken. Het wordt op bescheiden wijze gedaan zonder de exploitatie te hinderen of de cliëntele te storen.
  Art. 9. Opgeheven worden :1° het koninklijk besluit nr. 197 van 26 augustus 1935 op het statuut van het hotelwezen, gewijzigd bij de besluitwet van 11 februari 1946 en bij de wet van 20 december 1957;2° de besluitwet van 11 februari 1946 waarbij aan het Commissariaat-Generaal voor Toerisme de toepassing en de uitvoering wordt opgedragen van het koninklijk besluit van 26 augustus 1935 betreffende het statuut van het hotelwezen.
  Art. 10. Deze wet wordt in werking gesteld door een koninklijk besluit dat de overgangsmaatregelen kan bevatten die onontbeerlijk zijn voor de hotelinrichtingen die in exploitatie zijn de dag waarop de wet er toepasselijk op wordt.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
Gewijzigd door   DECREET DUITSTALIGE GEMEENSCHAP  van  09-05-1994   gepubl. op   28-10-1994
     Gewijzigd art.   1-A10
   Van kracht tot   01-01-1994               [ Zie tekst hier boven ]
Gewijzigd door   DECREET FRANSE GEMEENSCHAP  van  09-11-1990   gepubl. op   11-01-1991
     Gewijzigd art.   1-A10
   Van kracht tot   24-12-1990                 [ Zie versie 002 ]
Gewijzigd door   DECREET FRANSE GEMEENSCHAP  van  02-12-1988   gepubl. op   28-01-1989
     Gewijzigd art.   4
   Van kracht tot   24-04-1989                 [ Zie versie 001 ]

Parlementairewerkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Zitting 1961-1962. Senaat. Parlementaire bescheiden. _ Wetsontwerp, nr. 238. _ Amendementen, nrs. 275 en 351. _ Verslag, nr. 320. Parlementaire Handelingen. _ Bespreking en aanneming. Vergadering van 25 juli 1962. Kamer van Volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. _ Wetsontwerp overgemaakt door de Senaat, nr. 418-1. Zitting 1962-1963. Kamer van Volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. _ Verslag, nr. 418-2. Parlementaire Handelingen. _ Bespreking en aanneming. Vergadering van 7 februari 1963.


Begin
Parlementairewerkzaamheden Inhoudstafel Wijziging(en)