PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING EN SOCIALE ECONOMIE
19 JANUARI 2012. - Wet tot wijziging van de wetgeving met betrekking tot de opvang van asielzoekers (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze
Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1.
- Algemene bepalingen Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78
van de Grondwet. Art. 2. Deze wet voorziet in een gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2003/9/EG
van de Raad van de Europese Unie van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang
van asielzoekers in de lidstaten, van de Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van
29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten
voor de burgers van de Unie en hun familieleden en van de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement
en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de
terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven. HOOFDSTUK
2. - Wijzigingen van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde
andere categorieėn van vreemdelingen Art. 3. In artikel 2 van de wet van 12 januari 2007 betreffende
de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieėn van vreemdelingen worden de volgende wijzigingen
aangebracht : a) 7° wordt vervangen als volgt : « 7° de Minister : de Minister die
bevoegd is voor Asiel en Migratie onder wie het Agentschap ressorteert; »; b) er wordt een 12°
ingevoegd, luidende : « 12° het terugkeertraject : het individueel begeleidingstraject dat
aangeboden wordt door het Agentschap met het oog op de terugkeer. Het traject wordt geformaliseerd in
een door de asielzoeker of de illegale vreemdeling en zijn gezinsleden ondertekend document, dat op zijn
minst de rechten en plichten van de asielzoeker en een concrete timing voor de terugkeer vermeldt; »; c)
er wordt een 13° ingevoegd, luidende : « 13° de vrijwillige terugkeer : de terugkeer van een
persoon naar zijn land van herkomst of een derde land waar hij toegelaten of gemachtigd is om te verblijven
op het grondgebied, tengevolge van een zelfstandig genomen beslissing om beroep te doen op een programma
voor bijstand aan terugkeer uitgewerkt door de overheid van het gastland. ». Art. 4. In artikel
4 van dezelfde wet gewijzigd bij de wet van 30 december 2009 worden de volgende wijzigingen aangebracht
: a) het eerste lid wordt opgeheven; b) in het tweede lid, dat het eerste lid wordt,
worden de woorden « In afwijking van de voorgaande alinea kan het Agentschap » vervangen door de woorden
« Het Agentschap kan »; c) in hetzelfde lid wordt het woord « derde » vervangen door het woord
« tweede »; d) er worden na het nieuwe eerste lid twee leden ingevoegd, luidende : «
Het Agentschap kan beslissen dat de asielzoeker geen beroep kan doen op de materiėle hulp bedoeld in
artikel 6, § 1, indien de asielzoeker de door de bevoegde instantie vastgestelde verblijfplaats
weigert, niet benut of verlaat, zonder deze instantie hiervan op de hoogte te stellen, of zonder toestemming,
indien de toestemming vereist is. Wanneer de in het vorige lid bedoelde asielzoeker zich opnieuw
aanmeldt, kan hij terug beroep doen op de materiėle hulp bedoeld in artikel 6, § 1. In dat geval
kan het Agentschap wel beslissen één van de maatregelen te nemen als voorzien in artikel 45, tweede lid,
1° tot 6°. »; e) in het laatste lid worden de woorden « in de voorgaande alinea » vervangen
door de woorden « in dit artikel ». Art. 5. In artikel 5 van dezelfde wet worden de woorden
« de toepassing van artikels 4, 35/2 en » ingevoegd tussen de woorden « Onverminderd » en « de ». Art.
6. In artikel 6, § 1, van dezelfde wet gewijzigd bij de wet van 30 december 2009 worden de volgende
wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « , tweede lid, » vervangen
door de woorden « en artikel 35/2 »; b) in hetzelfde lid worden alle woorden volgend op de woorden
« de hele asielprocedure » opgeheven; c) het tweede lid wordt opgeheven; d) het derde
lid, dat het tweede lid wordt, wordt vervangen als volgt : « In het geval van een negatieve
beslissing genomen na afloop van de asielprocedure, eindigt de materiėle hulp wanneer de uitvoeringstermijn
van het bevel om het grondgebied te verlaten, betekend aan de asielzoeker, verstreken is. ». Art.
7. In dezelfde wet wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende : « Art. 6/1. § 1. De asielzoeker
heeft steeds de mogelijkheid om in te tekenen op een geļndividualiseerd terugkeertraject dat in samenspraak
met het Agentschap wordt opgesteld. Het terugkeertraject geeft voorrang aan de vrijwillige terugkeer.
§ 2. Ten laatste 5 dagen na een negatieve beslissing van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen
en de Staatlozen biedt het Agentschap een eerste maal de terugkeerbegeleiding aan, waarbij aan de asielzoeker
informatie verstrekt wordt met betrekking tot de mogelijkheden inzake het terugkeertraject.
§ 3. Wanneer aan asielzoeker een bevel om het grondgebied te verlaten betekend is, dient het terugkeertraject
binnen de uitvoeringstermijn van dat bevel opgesteld en uitgevoerd te worden. Ten laatste wanneer
de asielzoeker een bevel om het grondgebied te verlaten betekend werd, wordt de Dienst Vreemdelingenzaken
op de hoogte gebracht en gehouden van de stand van zaken en de vordering van het terugkeertraject, dat
vanaf dat moment gezamenlijk door het Agentschap en de Dienst Vreemdelingenzaken beheerd wordt. De Koning
kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de nadere regels voor deze informatie-uitwisseling
en het gezamenlijk beheer van het traject bepalen. Indien het Agentschap of de Dienst Vreemdelingenzaken
van oordeel is dat de vreemdeling onvoldoende meewerkt aan het terugkeertraject, waardoor zijn vertrek
door zijn eigen gedrag wordt uitgesteld, wordt het beheer van het terugkeertraject en het bijhorende
administratieve dossier overgedragen aan de Dienst Vreemdelingenzaken, met het oog op een gedwongen terugkeer.
Te dien einde kan de Dienst Vreemdelingenzaken de verplichte plaats van inschrijving wijzigen.
§ 4. Het Agentschap of de Dienst Vreemdelingenzaken kunnen de verplichte plaats van inschrijving
wijzigen voor de duur van het traject. De Koning kan hiertoe de nadere regels bepalen, bij een besluit
vastgesteld na overleg in de ministerraad. » Art. 8. In artikel 7, § 2, eerste lid, van
dezelfde wet gewijzigd bij de wet van 30 december 2009 wordt het 5° opgeheven. Art. 9. In dezelfde
wet wordt een artikel 35/2 ingevoegd, luidende : « Art. 35/2. De in artikel 6, § 1,
bedoelde materiėle hulp, met uitzondering van de medische begeleiding bedoeld in de artikelen 23 en 24,
is niet verschuldigd indien de asielzoeker over voldoende financiėle middelen beschikt om te voorzien
in zijn basisbehoeften. Met voldoende middelen wordt bedoeld een inkomen dat gelijk is aan of hoger is
dan het bedrag bedoeld in artikel 14, § 1, 3°, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht
op maatschappelijke integratie. De asielzoeker dient het Agentschap schriftelijk op de hoogte
te brengen van elk element dat verband houdt met zijn beroepssituatie, zijn inkomsten en met de evolutie
van deze situatie. Het Agentschap beėindigt bij een met redenen omklede beslissing de materiėle
hulp, met uitzondering van de medische begeleiding bedoeld in de artikelen 23 en 24, indien een asielzoeker
financiėle middelen verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte aanspraak maakt op materiėle hulp.
Indien komt vast te staan dat de asielzoeker over voldoende middelen beschikte om in de basisbehoeften
te voorzien toen de materiėle hulp werd verstrekt, moet de asielzoeker het Agentschap vergoeden voor
de verstrekte materiėle hulp, met uitzondering van de medische begeleiding bedoeld in de artikelen 23
en 24. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de nadere
regels voor de uitvoering van dit artikel. ». Art. 10. In artikel 58 van dezelfde wet wordt
het woord « verder » vervangen door de woorden « Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 en 6/1 ». HOOFDSTUK
3. - Wijzigingen van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn Art. 11. Artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare
centra voor maatschappelijk welzijn, laatst gewijzigd bij de wet van 12 januari 2007, wordt aangevuld
met een derde lid, luidende : « De maatschappelijke dienstverlening is niet door het centrum
verschuldigd indien ten aanzien van een vreemdeling een beslissing is genomen overeenkomstig artikel
4 van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieėn
van vreemdelingen. » Art. 12. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 57quinquies ingevoegd,
luidende : « Art. 57quinquies. In afwijking van de bepalingen van deze wet is de maatschappelijke
dienstverlening door het centrum niet verschuldigd aan onderdanen van lidstaten van de Europese Unie
en hun familieleden gedurende de eerste drie maanden van het verblijf of, in voorkomend geval de langere
periode zoals bedoeld in artikel 40, § 4, eerste lid, 1°, van de wet van 15 december 1980 betreffende
de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, noch
is het verplicht om vóór de verwerving van het duurzame verblijfsrecht steun voor levensonderhoud toe
te kennen. ». HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding Art. 13. Artikel 3, a), van deze wet
treedt in werking op de door de Koning te bepalen datum, en uiterlijk op de datum van de bekendmaking
van het koninklijk besluit tot vaststelling van bepaalde ministeriėle bevoegdheden van de volgende federale
regering. Art. 14. De artikels 4 tot 8 van deze wet treden in werking op de door de Koning te
bepalen datum, en uiterlijk op 31 maart 2012. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands
zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven
te Brussel, 19 januari 2012. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister
en Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Asiel,
Immigratie en Maatschappelijke Integratie, Mevr. M. DE BLOCK Met 's Lands zegel gezegeld
: De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1)
Zitting 2010-2011. Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. - Wetsvoorstel van de
heer Somers c.s., 53-813 - Nr. 1. Amendement, 53-813 - Nr. 2. - Addendum, 53-813 - Nr. 3. Amendementen,
53-813 - Nrs. 4 tot 9. - Advies van de Raad van State, 53-813 - Nr. 10. Zitting 2011-2012. Kamer
van volksvertegenwoordigers. Stukken. - Amendementen, 53-813 - Nr. 11. - Verslag, 53-813 - Nr.
12; - Tekst aangenomen door de commissie, 53-813 - Nr. 13. Amendement ingediend in de plenaire vergadering,
53-813 - Nr. 14. Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53-813 - Nr.
15. Integraal Verslag. - 27 oktober 2011. Senaat. Stukken. - Ontwerp niet
geėvoceerd door de Senaat, 5-1289 - Nr. 1.