8 JANUARI 2012. - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (1)
ALBERT II,
Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers
hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling Artikel
1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK II.
- Wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf,
de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen Art. 2. In artikel 9ter van de wet van 15
december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering
van vreemdelingen, vervangen bij de wet van 29 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht
: 1° in § 1, derde lid, worden de woorden « en recente » ingevoegd tussen het woord
« nuttige » en het woord « inlichtingen »; 2° in § 1, vierde lid, tweede zin, worden
de woorden « dat niet ouder is dan drie maanden voorafgaand aan de indiening van de aanvraag » ingevoegd
tussen het woord « getuigschrift » en het woord « vermeldt »; 3° er wordt een § 1/1
ingevoegd, luidende : « § 1/1. De toekenning van een machtiging tot verblijf in het
Rijk bedoeld in dit artikel kan worden geweigerd aan de vreemdeling die zich niet aanmeldt op de in de
oproeping vastgestelde datum door de ambtenaar-geneesheer of de geneesheer aangewezen door de minister
of zijn gemachtigde of de door de minister of zijn gemachtigde aangestelde deskundige en hiervoor ten
laatste binnen de vijftien dagen na het verstrijken van deze datum geen geldige reden opgeeft. »; 4°
in § 3, wordt tussen het 3° en het 4° dat het 5° wordt, een nieuw 4° ingevoegd, luidende
: « 4° indien de in § 1, vijfde lid, vermelde ambtenaar-geneesheer of geneesheer aangewezen
door de minister of zijn gemachtigde in een advies vaststelt dat de ziekte kennelijk niet beantwoordt
aan een ziekte zoals voorzien in § 1, eerste lid, die aanleiding kan geven tot het bekomen van
een machtiging tot verblijf in het Rijk; » 5° het artikel wordt aangevuld met een §
7, luidende : « § 7. De aanvraag om machtiging tot verblijf in het Rijk bedoeld in dit
artikel, afgelegd door een vreemdeling die toegelaten of gemachtigd werd tot een verblijf van onbeperkte
duur, wordt, wanneer zij nog in behandeling is bij de Dienst Vreemdelingenzaken ambtshalve zonder voorwerp
verklaard, tenzij de vreemdeling, binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf het inwerkingtreden
van deze bepaling of vanaf de overhandiging van de titel waaruit het onbeperkt verblijf blijkt, bij een
aangetekende brief aan de Dienst Vreemdelingenzaken, de voortzetting van de behandeling vraagt. » Kondigen
deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal
worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 8 januari 2012. ALBERT Van Koningswege
: De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM De Staatssecretaris van Asiel,
Immigratie en Maatschappelijke Integratie, Mevr. M. DE BLOCK Met 's Lands zegel gezegeld
: De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1)
Zitting 2011-2012. Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. - 1824 Wetsontwerp,
53-1824 - Nr. 1 - Amendementen, 53-1824 - Nr. 2 tot 5 - Verslag, 53-1824 - Nr. 6 - Tekst verbeterd door
de commissie, Nr. 53-1824 - Nr. 7 - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden naar de
Senaat, 53-1824 - Nr. 8. Integraal verslag. - 1 december 2011. Senaat. Stuk. - 5-1374
- Ontwerp niet geėvoceerd door de Senaat, S-1374, Nr. 1.