| einde |
|
Publicatie : 2007-09-11 |
19 JULI 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen
De
Vlaamse Regering,
Gelet op de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, inzonderheid op artikel
54, § 8, ingevoegd bij het decreet van 21 december 1994 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni
2006;
Gelet op het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk
milieu, inzonderheid op artikel 37, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 19 juli 2002 en 16 juni
2006, op artikel 38 en artikel 39, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 16 juni 2006, en op artikel
42, gewijzigd bij de decreten van 19 juli 2002 en 16 juni 2006;
Gelet op het decreet van 15
juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, inzonderheid op artikel 88, § 2;
Gelet op het
decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, inzonderheid op artikel
12, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006;
Gelet op het decreet van 16 juni 2006 betreffende
het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen;
Gelet
op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 oktober 1996 tot uitvoering van artikel 54 van de wet van
12 juli 1973 op het natuurbehoud;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998
tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het
natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober
1998 betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen;
Gelet
op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2001 betreffende het voorkooprecht van de havenbedrijven;
Gelet
op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het
gebiedsgericht natuurbeleid;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op
2 mei 2007;
Gelet op het advies van de Raad van State nr. 43.302/3;
Op voorstel van
de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur;
Na beraadslaging,
Besluit
:
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 oktober 1996
tot
uitvoering van artikel 54 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud
Artikel 1. In het
opschrift van hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 oktober 1996 tot uitvoering
van artikel 54 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud worden de woorden « het Vlaamse Gewest
» vervangen door de woorden « de Vlaamse Grondenbank ».
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt
een artikel 5bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
« Art. 5bis . Voor de toepassing van dit
hoofdstuk wordt verstaan onder de Vlaamse Grondenbank : afdeling van de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht
volgens het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende
wijziging van diverse bepalingen. »
Art. 3. In artikel 6, 7 en 9 van hetzelfde besluit worden
de woorden « het Vlaamse Gewest » telkens vervangen door de woorden « de Vlaamse Grondenbank ».
Art.
4. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden « aan de leidend ambtenaar van
de afdeling Natuur van de administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer, Belliardstraat 14-18,
1040 Brussel » vervangen door de woorden « aan de Vlaamse Grondenbank ».
Art. 5. In artikel
8 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
« De Vlaamse Grondenbank
gaat na of de voorwaarden voor de koopplicht vervuld zijn; ze berekent in voorkomend geval het bedrag
van de aankoopprijs. »
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van
23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende
het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
Art. 6. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse
Regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober
1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse
Regering van 2 februari 2007, wordt een punt 19° toegevoegd, dat luidt als volgt :
« 19° de
Vlaamse Grondenbank : afdeling van de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht volgens het decreet van 16
juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen.
»
Art. 7. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 8. In artikel 6 van
hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen
door wat volgt :
« De Vlaamse Grondenbank oefent binnen de haar daartoe toegekende budgettaire
perken het recht van voorkoop, vermeld in artikel 37, 38 en 39 van het decreet, uit volgens de volgende
voorwaarden. »;
2° in het tweede, negende en tiende lid worden de woorden « de Vlaamse regering
» vervangen door de woorden « de Vlaamse Grondenbank »;
3° in het tweede, vierde, vijfde, zesde,
negende, tiende en elfde lid worden de woorden « de VLM » vervangen door de woorden « de Vlaamse Grondenbank
»;
4° het derde lid wordt opgeheven;
5° het zevende lid wordt vervangen door wat volgt
:
« De onroerende goederen, aangekocht door het recht van voorkoop van de Vlaamse Grondenbank,
vormen een patrimonium van de Vlaamse Landmaatschappij dat gescheiden is van andere patrimonia die de
Vlaamse Landmaatschappij in het kader van haar opdrachten administratief beheert. »;
6° het
achtste lid wordt vervangen door wat volgt :
« De Vlaamse Grondenbank beheert administratief
de zakelijke rechten op die onroerende goederen tot aan de overdracht aan de bevoegde administratieve
overheid van het Vlaamse Gewest, op wiens verzoek de onroerende goederen verworven zijn, of aan een door
die overheid aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon. »
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen
in het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998
betreffende de kwaliteitsbewaking,
het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen
Art. 9. Aan artikel 1 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998 betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop
en het sociaal beheersrecht op woningen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni
2006, wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt :
« 8° de Vlaamse Grondenbank : afdeling
van de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht volgens het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten
van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen. »
Art. 10. Artikel
29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, wordt vervangen
door wat volgt :
« Art. 29. Binnen acht kalenderdagen na de kennisgeving aan de Vlaamse Grondenbank,
vermeld in artikel 86, § 1, 2°, artikel 86, § 3, tweede lid, of artikel 87, § 1,
van de Vlaamse Wooncode, brengt de Vlaamse Grondenbank de begunstigden schriftelijk op de hoogte van
de voorgenomen verkoop ervan.
Als de volgorde, vermeld in artikel 86, § 2, derde lid,
van de Vlaamse Wooncode, wordt bepaald, brengt de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, de sociale
huisvestingsmaatschappijen en de instrumenterende ambtenaar daarvan schriftelijk op de hoogte binnen
acht kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in het eerste lid. »
HOOFDSTUK IV. - Wijziging
in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2001
betreffende het voorkooprecht van de
havenbedrijven
Art. 11. Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2001
betreffende het voorkooprecht van de havenbedrijven wordt vervangen door wat volgt :
« Art.
2. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder de Vlaamse Grondenbank : afdeling
van de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht volgens het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten
van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen.
§ 2. Bij een
openbare verkoop geeft de instrumenterende ambtenaar ten minste dertig dagen vooraf kennis van plaats,
dag en uur van de verkoop aan de Vlaamse Grondenbank, die de kennisgeving op haar beurt doorgeeft aan
het havenbedrijf dat de begunstigde is van het recht van voorkoop.
§ 3. Als de verkoop
wordt gehouden zonder voorbehoud van eventuele uitoefening van het recht van hoger bod, vraagt de instrumenterende
ambtenaar bij het einde van de opbieding en voor de toewijzing, in het openbaar, aan het begunstigde
havenbedrijf of aan de Vlaamse Grondenbank, als ze verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht
uit te oefenen uit te voeren, of de begunstigde zijn recht van voorkoop wil uitoefenen tegen de laatst
geboden prijs.
In geval van weigering, afwezigheid of stilzwijgen van het begunstigde havenbedrijf
of van de Vlaamse Grondenbank wordt de verkoop voortgezet.
§ 4. Als de verkoop wordt
gehouden onder voorbehoud van eventuele uitoefening van het recht van hoger bod, is de instrumenterende
ambtenaar er niet toe gehouden aan het begunstigde havenbedrijf of aan de Vlaamse Grondenbank, als ze
verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen uit te voeren, te vragen of de begunstigde
het recht van voorkoop wil uitoefenen.
Als er een hoger bod is, stelt de instrumenterende ambtenaar
de Vlaamse Grondenbank in kennis van het hogere bod. De Vlaamse Grondenbank zal die kennisgeving op haar
beurt doorgeven aan het begunstigde havenbedrijf. Bij herverkoop ten gevolge van de uitoefening van het
recht van hoger bod, stelt de instrumenterende ambtenaar de Vlaamse Grondenbank ten minste dertig dagen
vooraf in kennis van plaats, dag en uur van verkoop. De instrumenterende ambtenaar vraagt bij het einde
van de opbiedingen en voor de toewijzing, in het openbaar, aan het begunstigde havenbedrijf of aan de
Vlaamse Grondenbank, als ze verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen uit te voeren,
of de begunstigde zijn recht van voorkoop wil uitoefenen tegen de laatst geboden prijs. Bij weigering
of afwezigheid of stilzwijgen van het begunstigde havenbedrijf of van de Vlaamse Grondenbank wordt de
verkoop voortgezet.
Als er geen hoger bod wordt gedaan of als de instrumenterende ambtenaar
het hogere bod niet aanneemt, stelt de instrumenterende ambtenaar de Vlaamse Grondenbank in kennis van
het laatste bod en vraagt hij of het begunstigde havenbedrijf het recht van voorkoop wil uitoefenen.
De Vlaamse Grondenbank zal die kennisgeving samen met de vraag of het begunstigde havenbedrijf het recht
van voorkoop wil uitoefenen, op haar beurt doorgeven aan het begunstigde havenbedrijf. Als het begunstigde
havenbedrijf of de Vlaamse Grondenbank, als ze verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht uit
te oefenen uit te voeren, de aanvaarding van dat bod niet binnen een termijn van één maand na de kennisgeving
heeft betekend aan de instrumenterende ambtenaar bij gerechtsdeurwaardersexploot, of als het begunstigde
havenbedrijf of de Vlaamse Grondenbank, als ze verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht uit
te oefenen uit te voeren, per aangetekende brief aan de instrumenterende ambtenaar ter kennis heeft gebracht
dat de begunstigde afziet van het gebruik van het recht op voorkoop, dan is de toewijzing definitief.
»
Art. 12. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
« Art.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder de Vlaamse Grondenbank : afdeling van de Vlaamse
Landmaatschappij, opgericht volgens het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse
Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen.
Bij verkoop uit de hand brengt de
instrumenterende ambtenaar de Vlaamse Grondenbank op de hoogte van de inhoud van de akte die is opgesteld
onder de opschortende voorwaarde van niet-uitoefening van het recht van voorkoop. Die kennisgeving gebeurt
aan de hand van een aangetekende brief met ontvangstbewijs en geldt als aanbod van voorkoop. De Vlaamse
Grondenbank zal die kennisgeving op haar beurt doorgeven aan het begunstigde havenbedrijf.
Het
begunstigde havenbedrijf beschikt over een termijn van twee maanden na de verzending van de kennisgeving,
vermeld in het tweede lid, om zijn recht van voorkoop uit te oefenen. Het begunstigde havenbedrijf of
de Vlaamse Grondenbank, als ze verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen uit te
voeren, geeft kennis van de uitoefening van het recht van voorkoop bij gerechtsdeurwaardersexploot, betekend
aan de instrumenterende ambtenaar en aan de verkoper. De verkoop is voltrokken de dag na de betekening
van het gerechtsdeurwaardersexploot.
Met behoud van de toepassing van de bepalingen in het vijfde
en het zesde lid, kan het begunstigde havenbedrijf voor het verstrijken van de termijn, vermeld in het
derde lid, besluiten geen beroep te doen op zijn voorkooprecht. Die beslissing wordt per aangetekende
brief ter kennis gebracht van de instrumenterende ambtenaar. De dag na de verzending van die brief wordt
de opschortende voorwaarde, vermeld in het tweede lid, geacht te zijn vervuld.
Als het recht
van voorkoop niet binnen de termijn, vermeld in het derde lid, wordt uitgeoefend of als het begunstigde
havenbedrijf voor het verstrijken van die termijn heeft afgezien van een beroep op zijn voorkooprecht
overeenkomstig het vierde lid, dan mag de eigenaar het goed niet onderhands verkopen tegen een lagere
prijs of onder gunstigere voorwaarden zonder een nieuwe kennisgeving aan de Vlaamse Grondenbank overeenkomstig
het tweede lid. Na verloop van één jaar na het aanbod mag het goed niet onderhands worden verkocht, zelfs
niet onder de oorspronkelijke voorwaarden, zonder een nieuwe kennisgeving aan de Vlaamse Grondenbank
overeenkomstig het tweede lid.
De instrumenterende ambtenaar voor wie een authentieke akte van
een verkoop uit de hand wordt verleden met betrekking tot een onroerend goed waarop een recht van voorkoop
rust, moet binnen één maand na de registratie ervan de Vlaamse Grondenbank op de hoogte brengen van de
prijs en de voorwaarden van de verkoop. De Vlaamse Grondenbank zal die kennisgeving op haar beurt doorgeven
aan de begunstigde van het recht van voorkoop. »
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen in het besluit van
de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid
Art.
13. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende maatregelen
ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid wordt een punt 20° toegevoegd, dat luidt als volgt
:
« 20° de Vlaamse Grondenbank : afdeling van de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht volgens
het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging
van diverse bepalingen. »
Art. 14. In het opschrift van afdeling 3, hoofdstuk VIII van hetzelfde
besluit worden de woorden « het Vlaamse Gewest » vervangen door de woorden « de Vlaamse Grondenbank ».
Art. 15. In artikel 61 van hetzelfde besluit worden de woorden « het Vlaamse Gewest » vervangen
door de woorden « de Vlaamse Grondenbank ».
Art. 16. Artikel 62 van hetzelfde besluit wordt
vervangen door wat volgt :
« Art. 62. De Vlaamse Grondenbank gaat in eigen naam en voor eigen
rekening over tot de gedwongen aankopen en treedt op bij eventuele betwistingen over de gedwongen aankopen.
De
onroerende goederen, aangekocht in het kader van een gedwongen aankoop, vormen een patrimonium van de
Vlaamse Landmaatschappij dat gescheiden is van andere patrimonia die de Vlaamse Landmaatschappij in het
kader van haar opdrachten administratief beheert.
De Vlaamse Grondenbank beheert administratief
de zakelijke rechten op die onroerende goederen tot aan de overdracht aan de bevoegde administratieve
overheid van het Vlaamse Gewest of aan een door die overheid aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon.
De
Vlaamse Grondenbank wijst, als die gronden vrij van gebruik zijn, de gebruiksrechten van die onroerende
goederen toe aan de afdeling. De afdeling kan het beheer van de onroerende goederen overdragen.
De
onroerende goederen, aangekocht in het kader van een gedwongen aankoop, worden in de regel aangewezen
als Vlaams natuurreservaat, bosreservaat of domeinbos of, ze worden, na gebruiksoverdracht aan een erkende
terreinbeherende natuurvereniging, erkend als natuurreservaat. »
Art. 17. In artikel 63 van
hetzelfde besluit worden de woorden « het Vlaamse Gewest » telkens vervangen door de woorden « de Vlaamse
Grondenbank ».
Art. 18. In artikel 64 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen
aangebracht :
1° de woorden « de VLM » worden telkens vervangen door de woorden « de Vlaamse
Grondenbank »;
2° de woorden « het Vlaamse Gewest » worden telkens vervangen door de woorden
« de Vlaamse Grondenbank ».
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
Art. 19. Dit besluit treedt
in werking op 1 augustus 2007.
Art. 20. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en
het waterbeleid en voor de landinrichting en het natuurbehoud, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 19 juli 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K.
PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H.
CREVITS
| begin |
| Publicatie : 2007-09-11 |