28 MAART 2007. - Wet tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft, van het Burgerlijk Wetboek en van de wet van 29 augustus 1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit (1)
ALBERT II,
Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers
hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid
als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Art. 2. Artikel 353-16, eerste lid, van het Burgerlijk
Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, wordt vervangen als volgt : « Onder voorbehoud
van de rechten van de overlevende echtgenoot op de gehele nalatenschap van een geadopteerde die zonder
nakomelingen is overleden en de rechten die de langstlevende wettelijk samenwonende geniet, wordt de
nalatenschap als volgt geregeld : ». Art. 3. In artikel 731 van het hetzelfde Wetboek, vervangen
bij de wet van 14 mei 1981, worden de woorden "en aan zijn bloedverwanten in de zijlijn" vervangen door
de woorden "aan zijn bloedverwanten in de zijlijn en aan zijn wettelijk samenwonende binnen de grenzen
van de rechten die hem zijn toegekend". Art. 4. Artikel 732 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld
met de woorden ", behoudens de bij de wet bepaalde uitzonderingen". Art. 5. Artikel 745bis
van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 mei 1981 en gewijzigd bij de wet van 31 maart 1987,
wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3. De langstlevende echtgenoot verkrijgt
als enige, met uitsluiting van alle andere erfgenamen, het recht op de huur van het onroerend goed dat
bij het openvallen van de nalatenschap van de overledene tot gemeenschappelijke verblijfplaats diende.
». Art. 6. In artikel 745quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 mei
1981, worden de woorden "uit een vorig huwelijk" telkens vervangen door de woorden "uit een vorige relatie". Art.
7. In Boek III, Titel I, Hoofdstuk II I, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling IVbis ingevoegd,
luidende : « Afdeling IVbis. - Erfopvolging van de langstlevende wettelijk samenwonende Artikel
745octies. § 1. De langstlevende wettelijk samenwonende verkrijgt, met welke erfgenamen hij ook
tot de nalatenschap komt, het vruchtgebruik van het onroerend goed dat tijdens het samenwonen het gezin
tot gemeenschappelijke verblijfplaats diende en van het daarin aanwezige huisraad. De langstlevende
wettelijk samenwonende verkrijgt als enige, met uitsluiting van alle andere erfgenamen, het recht op
de huur van het onroerend goed dat bij het openvallen van de nalatenschap van de vooroverleden wettelijk
samenwonende het gezin tot gemeenschappelijke verblijfplaats diende en verkrijgt het vruchtgebruik van
het daarin aanwezige huisraad. De voorgaande bepalingen zijn niet van toepassing wanneer de
langstlevende wettelijk samenwonende een afstammeling is van de vooroverleden wettelijk samenwonende. §
2. Niettegenstaande enig andersluidend beding kan ieder die de blote eigendom verkrijgt, eisen dat een
boedelbeschrijving van het huisraad en een staat van de gemeenschappelijke verblijfplaats wordt opgemaakt. §
3. De regels inzake het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot die zijn opgenomen in de artikelen
745quater tot 745septies zijn van overeenkomstige toepassing op het vruchtgebruik van de langstlevende
wettelijk samenwonende. ». Art. 8. In artikel 915, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 14 mei 1981, worden de woorden "en aan de langstlevende wettelijk samenwonende", ingevoegd
tussen de woorden "langstlevende echtgenoot" en de woorden "mogen evenwel". Art. 9. In artikel
1477 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 november 1998, worden de volgende wijzigingen
aangebracht : 1° het artikel wordt aangevuld met een § 5, luidende : « §
5. De langstlevende wettelijk samenwonende is gehouden tot de verplichting gesteld in artikel 203, §
1, ten aanzien van de kinderen van de vooroverleden wettelijk samenwonende van wie hij niet de vader
of de moeder is, binnen de grenzen van hetgeen hij krachtens artikel 745octies, § 1, heeft verkregen
uit de nalatenschap van de vooroverledene en van de voordelen die deze hem mocht hebben verleend bij
schenking, testament of in de in artikel 1478 bedoelde overeenkomst. »; 2° het artikel wordt
aangevuld met een § 6, luidende : « § 6. Wanneer een wettelijk samenwonende vooroverleden
is zonder nakomelingen achter te laten, is zijn nalatenschap aan zijn bloedverwanten in de opgaande lijn
die ten tijde van het overlijden behoeftig zijn, levensonderhoud verschuldigd, ten belope van de erfrechten
die zij verliezen ten gevolge van giften aan de langstlevende wettelijk samenwonende. ». Art.
10. In artikel 1, eerste lid, van de wet van 29 augustus 1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven
met het oog op het bevorderen van de continuïteit, worden de woorden "en van de langstlevende wettelijk
samenwonende" ingevoegd tussen de woorden "de rechten van de langstlevende echtgenoot" en het woord "vastleggen". Kondigen
deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal
worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 28 maart 2007. ALBERT Van Koningswege
: De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX Met 's Lands zegel gezegeld
: De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1)
Zitting 2006-2007. Kamer van volksvertegenwoordigers : Parlementaire stukken. - Wetsontwerp,
51-2514 - Nr. 1. - Amendementen, 51-2514 - Nrs. 2 à 4. - Verslag, 51-2514 - Nr. 5. - Tekst aangenomen
door de Commissie, 51-2514 - Nr. 6. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de
Senaat, 51-2514 - Nr. 7. Integraal verslag : 11 januari 2007. Senaat : Parlementaire
stukken. - Uitoefening van het evocatierecht, 3-2015 - Nr. 1. - Amendementen, 3-2015 - Nr. 2. - Verslag,
3-2015 - Nr. 3. - Beslissing om niet te amenderen, 3-2015 - Nr. 4. Handelingen : 15 maart 2007.