15 DECEMBER 2005. - Decreet houdende verschillende wijzigingen in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en in het Wetboek der successierechten. - Erratum
De nummering van bovenvermeld
decreet, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 december 2005, op bladzijde 55537, dient te
worden gewijzigd als voglt waarbij artikel 5bis artikel 6 wordt : « Art. 6. De leden 2 tot
4 van artikel 133 van hetzelfde Wetboek worden vervangen als volgt : "De belastbare grondslag
wordt in de volgende gevallen evenwel als volgt bepaald. a) Als de schenking beursgenoteerde
openbare effecten betreft, wordt de belastbare grondslag bepaald door de waarde voortvloeiend uit de
laatste prijscourant die op last van de regering bekend is gemaakt vóór de datum waarop het recht eisbaar
is geworden. b) Als de schenking het vruchtgebruik of de blote eigendom van een onroerend goed
betreft, wordt de belastbare grondslag bepaald op de wijze vermeld in de artikelen 47 tot en met 50. c)
Voor de schenkingen van het op het hoofd van de begiftigde of een derde gevestigde vruchtgebruik van
roerende goederen geldt als belastinggrondslag het bedrag verkregen door de vermenigvuldiging van de
jaarlijkse opbrengst van de goederen, forfaitair vastgesteld op 4 ten honderd van de verkoopwaarde van
de volle eigendom van de goederen, met het getal dat in de tabel van artikel 47, eerste lid, wordt aangegeven
tegenover de leeftijdsklasse waartoe diegene op wiens leven het vruchtgebruik gevestigd is, behoort op
de datum van de schenking. Voor de schenkingen van het voor een bepaalde tijd gevestigde vruchtgebruik
van roerende goederen geldt als belastinggrondslag het bedrag verkregen door kapitalisatie van de jaarlijkse
opbrengst tegen 4 ten honderd over de duur van het vruchtgebruik bepaald in de schenkingsakte. De jaarlijkse
opbrengst wordt forfaitair vastgesteld op 4 ten honderd van de verkoopwaarde van de volle eigendom van
die goederen. Het aldus verkregen bedrag van de belastinggrondslag mag evenwel niet gaan boven de waarde
berekend volgens het vorig lid indien het vruchtgebruik gevestigd is ten bate van een natuurlijke persoon,
hetzij boven twintigmaal de opbrengst indien het vruchtgebruik gevestigd is ten bate van een rechtspersoon. In
geen enkel geval mag het vruchtgebruik een waarde toegewezen worden die de vier vijfde van de verkoopwaarde
van de volle eigendom van de geschonken roerende goederen te boven gaat. Indien het vruchtgebruik
op het hoofd van twee of meerdere personen is gevestigd met recht van aanwas of terugvalling, is de leeftijd
die in overweging dient te worden genomen voor de berekening van het getal opgenomen in de tabel van
artikel 47, lid één, die van de jongste persoon. d) Wat betreft de schenkingen van de blote
eigendom van roerende goederen, is de belastbare grondslag de verkoopwaarde van de volle eigendom van
de goederen verminderd met de waarde van het vruchtgebruik berekend volgens c) hierboven. Indien
het verlaagd tarief van artikel 131bis toegepast wordt op een schenking van de blote eigendom van roerende
goederen waarvan het vruchtgebruik door de schenker is voorbehouden, is de belastbare grondslag de verkoopwaarde
van de volle eigendom van de goederen. e) Voor schenkingen van een lijfrente of een levenslang
pensioen wordt het recht berekend over het jaarlijks bedrag van de uitkering, vermenigvuldigd met de
leeftijdscoëfficiënt die volgens de tabel in artikel 47, lid op de begiftigde moet worden toegepast en
bepaald wordt door de leeftijd van de begiftigde op de dag van de schenkingsakte. f) Voor
schenkingen van een altijd durende rente wordt het recht berekend over het jaarlijks bedrag van de rente
vermenigvuldigd met twintig. » Art. 7. Artikel 134 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door
volgende leden : « Voorzover de schenking onderworpen is aan het tarief van artikel 131, wordt
de last voor de derde eveneens als schenking belast volgens de tarieven vastgesteld in artikel 131. "Voorzover
de schenking onderworpen is aan het tarief van artikel 131ter, wordt de last voor de derde eveneens als
schenking belast volgens de tarieven vastgesteld in artikel 131ter. » Art. 8. In artikel 135,
lid één, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, vervangen bij artikel 21 van
het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967, en gewijzigd bij artikel 158, 1°, van de wet van 22
december 1989, bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij artikel 42, 5°, van het
koninklijk besluit van 13 juli 2001, worden de woorden "vastgesteld in artikel 131 en van het recht vastgesteld
in artikel 131ter " ingevoegd tussen de woorden "het bedrag van het recht" en "vereffend ten laste van
de begiftigde". Art. 9. In artikel 136, lid vier, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "wettige"
geschrapt. Art. 10. Artikel 137 van hetzelfde Wetboek wordt gewijzigd als volgt : 1°
de woorden "onderworpen aan het recht van artikel 131 of van artikel 131ter " worden ingevoegd tussen
de woorden "schenking" en "toepasselijk"; 2° de woorden "onderworpen aan het recht van artikel
131 of van artikel 131ter " worden ingevoegd tussen de woorden "schenkingen" en "welke reeds tussen dezelfde
partijen"; Art. 11. Artikel 1381 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 160 van de wet
van 22 december 1989, bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij artikel 42, 5°,
van het koninklijk besluit van 13 juli 2001 wordt gewijzigd als volgt : 1° in lid één, : -
worden de woorden "onderworpen aan het recht van artikel 131 en de akten van schenking onderworpen aan
het recht van artikel 131ter " ingevoegd tussen de woorden "schenking" en "melding"; - worden
de woorden "onderworpen aan het recht van artikel 131 en aan het recht van artikel 131ter, en" ingevoegd
tussen de woorden "schenking" en "zijn voorgekomen"; 2° worden in lid drie de woorden "voor
de akten van schenking onderworpen aan het recht van artikel 131 of van artikel 131ter " ingevoegd tussen
de woorden "opgaven en vermeldingen" en de woorden "mogen gedaan worden". Art. 12. In artikel
139 van hetzelfde Wetboek worden tussen de woorden "graad van verwantschap" en de woorden "tussen schenker
en begiftigde" de woorden "of band van aanverwantschap of wettelijk samenwonen of van het statuut van
opvangouder" ingevoegd. Art. 13. Artikel 140 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 1
van de wet van 12 april 1957, bij artikel 4 van het koninklijk besluit van 12 september 1957, bij artikel
4 van het koninklijk besluit van 27 juli 1961, bij artikel 55 van de wet van 22 juli 1970, bij artikel
161 van de wet van 22 december 1989, bij artikel 13 van de wet van 20 juli 1990, bij artikel 43 van de
wet van 2 mei 2002 vernietigd bij arrest nr. 45/2004 van het Arbitragehof van 17 maart 2004, en bij artikel
12 van het programmadecreet van 18 december 2003, wordt gewijzigd als volgt : 1° lid één wordt
vervangen als volgt : "De rechten vastgesteld in, al naargelang, artikel 131 of artikel 131bis,
worden verlaagd : 1° tot 5,5 % voor de schenkingen aan : - de provincies, de gemeenten,
de provinciale en gemeentelijke openbare inrichtingen, de intercommunales, de autonome gemeentebedrijven,
gelegen in het Waalse Gewest; - de maatschappijen erkend door de "Société wallonne du logement"
(Waalse Huisvestingsmaatschappij); - het "Fonds du logement des familles nombreuses de wallonie"
(Woningfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië); - de instellingen met een maatschappelijk
doel bedoeld in artikel 191 van de Waalse Huisvestingscode die door de Waalse Regering als agentschappen
voor sociale huisvesting, sociale buurtregieën of verenigingen voor de bevordering van de huisvesting
worden erkend; 1°bis tot 0 % voor de schenkingen aan : - aan het Waalse Gewest, de
Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap; - de publiekrechtelijke rechtspersonen opgericht
bij een decreet van de raden van Gewest of Gemeenschappen bedoeld onder de eerste streep; 2°
tot 7 % voor de schenkingen, met inbegrip van de opbrengsten om niet, aan de verenigingen zonder winstoogmerk,
aan de mutualiteiten of nationale verenigingen van mutualiteiten, de beroepsverenigingen en de internationale
verenigingen zonder winstoogmerk, de privé-stichtingen en de stichtingen van algemeen nut; 3°
100 euro voor de schenkingen, met inbegrip van de opbrengsten om niet, gedaan aan de stichtingen of rechtspersonen
die in het 2° bedoeld zijn, zo de schenker zelf een van die stichtingen of rechtspersonen is; 4°
1,10 % voor de schenkingen, met inbegrip van de opbrengsten om niet, gedaan door de gemeenten aan de
pensioenfondsen die zij onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk hebben opgericht in uitvoering
van een door de toezichthoudende overheid goedgekeurd financieel saneringsplan."; 2° in lid
2 worden de woorden "De verlagingen ingeschreven in het eerste lid, 1°, 2°, 3° en 4°" vervangen door
de woorden "De verlagingen ingeschreven in lid één, 2°, 3° en 4°". De woorden "en aan de stichtingen
bedoeld in lid één, 2°" worden toegevoegd na de woorden "en aan de rechtspersonen". In lid 2,
a, worden tussen de woorden "de rechtspersoon" en "dient" de woorden "of de stichting" toegevoegd; 3°
in lid 2, b., - worden tussen de woorden "de rechtspersoon" en "dient" de woorden "of de stichting"
toegevoegd. Vervolgens wordt volgend lid toegevoegd : "In afwijking van voorgaande
dient die privé-stichting evenwel, indien de begiftigde een privé-stichting is, in die zetel als hoofdactiviteit
en met een belangeloos doel, doelen van maatschappelijke aard te vervolgen op het ogenblik van de schenking;"; -
in lid 2, c, worden tussen de woorden "de rechtspersoon" en "dient" de woorden "of de stichting" toegevoegd.
Vervolgens worden de woorden "Indien de begiftigde rechtspersoon vermeld" vervangen door de woorden "Indien
de begiftigde". 4° dit artikel wordt aangevuld met volgend lid : "Indien de begiftigde
vermeld in beide eerste leden een privé-stichting is die rechtsgeldig is samengesteld in België of in
het buitenland, overeenkomstig de wet van de staat waaronder ze valt, wordt de toepassing van het verlaagd
tarief ondergeschikt gemaakt aan de indiening door de stichting, samen met de akte waarin de schenking
wordt vermeld, van een attest van de erkenning van die stichting als een stichting met een maatschappelijk
karakter, aangevraagd bij de Minister van Financiën van het Waalse Gewest. De wijze waarop die erkenning
wordt aangevraagd, wordt door de regering van het Waalse Gewest bepaald." HOOFDSTUK II. - Aanpassing
van de tarieven van de successierechten Art. 14. Artikel 54, 1°, van het Wetboek der successierechten,
vervangen bij artikel 3 van het decreet van 22 oktober 2003, wordt vervangen door volgende bepaling : "1°
hetgeen verkregen wordt door een bij de wet tot de erfenis geroepen erfgenaam in de rechte lijn, of tussen
echtgenoten, of tussen wettelijk samenwonenden bedoeld in artikel 48 : - tegen een bedrag van
12.500,00 euro; - tegen een bijkomend bedrag van 12.500,00 euro indien het netto-aandeel van
die begiftigde, onderworpen aan het recht van § 1, 125.000,00 euro niet te boven gaat. Het
vrijgestelde totaalbedrag wordt ten gunste van de kinderen van de overledene die de leeftijd van eenentwintig
jaar niet hebben bereikt, vermeerderd met 2.500,00 euro voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij
de leeftijd van eenentwintig jaar bereiken en, ten gunste van de overlevende wettelijk samenwonende of
echtgenoot, met de helft der bijabattementen welke de gemene kinderen samen genieten. Het vrijgestelde
totaalbedrag, eventueel vermeerderd, wordt bij voorrang toegerekend op de opeenvolgende schijven van
het netto-aandeel in een onroerend goed bedoeld bij het specifieke tarief van artikel 60ter, te beginnen
met de laagste schijf, waarbij het saldo eventueel aangerekend wordt op de opeenvolgende schijven van
het netto-aandeel in de andere goederen die onderworpen zijn aan het normale tarief van artikel 48, tabel
I, te beginnen met de laagste schijf;". Art. 15. Artikel 55 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen
door de volgende bepaling : "Art. 55. Van de rechten van successie en van overgang bij overlijden
worden vrijgesteld de legaten aan : - het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige
Gemeenschap; - de publiekrechtelijke rechtspersonen opgericht bij een decreet van de raden van
Gewest en Gemeenschappen bedoeld onder de eerste streep." Art. 16. Artikel 59 van hetzelfde
Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : "Art. 59. De successierechten en rechten
van overgang bij overlijden worden verlaagd tot : 1° 5,5 % voor de legaten aan : -
de provincies, de gemeenten, de provinciale of gemeentelijke openbare inrichtingen, de intercommunales,
de autonome gemeentebedrijven, gelegen in het Waalse Gewest; - de maatschappijen erkend door
de "Société wallonne du logement" (Waalse Huisvestingsmaatschappij); - het "Fonds du logement
des familles nombreuses de Wallonie" (Woningfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië); -
de instellingen met een maatschappelijk doel bedoeld in artikel 191 van de Waalse Huisvestingscode die
door de Waalse Regering als agentschappen voor sociale huisvesting, sociale buurtregieën of verenigingen
voor de bevordering van de huisvesting worden erkend; 2° tot 7 % voor de legaten aan de verenigingen
zonder winstoogmerk, aan de mutualiteiten of nationale verenigingen van mutualiteiten, de beroepsverenigingen
en de internationale verenigingen zonder winstoogmerk, de privé-stichtingen en de stichtingen van algemeen
nut." Art. 17. Artikel 60 van hetzelfde Wetboek wordt gewijzigd als volgt : 1° in §
1 worden de woorden "De artikelen 55 en 59 zijn enkel van toepassing op" vervangen door de woorden "Artikel
59, 2°, is enkel van toepassing op"; 2° in § 2, lid 1, b, wordt volgende lid toegevoegd
: "In afwijking van voorgaande dient die stichting evenwel, indien die rechtspersoon een privé-stichting
is, in die zetel als hoofdactiviteit of met een belangeloos doel, doelen van maatschappelijke aard te
vervolgen op het ogenblik dat de erfopvolging openvalt;"; 3° dit artikel wordt aangevuld met
volgend lid : "§ 3. Indien de rechtspersoon vermeld in paragraaf 1 een privé-stichting
is die rechtsgeldig is samengesteld in België of in het buitenland, overeenkomstig de wet van de staat
waaronder ze valt, wordt de toepassing van het verlaagd tarief ondergeschikt gemaakt aan de indiening
door de stichting, samen met de akte waarin het ontvangen legaat wordt vermeld, van een attest van de
erkenning van die stichting als een stichting met een maatschappelijk karakter, aangevraagd bij de Minister
van Financiën van het Waalse Gewest. De wijze waarop die erkenning wordt aangevraagd, wordt door de regering
van het Waalse Gewest bepaald." Art. 18. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 60ter ingevoegd,
luidende : "Art. 60ter. § 1. Indien de erfopvolging van de overledene minstens één aandeel
in volle eigendom in het onroerend goed bevat waar de overledene zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad
sinds minstens vijf jaar op datum van zijn overlijden en dat onroerend goed, geheel of gedeeltelijk bestemd
voor bewoning en in het Waalse Gewest gelegen, verkregen wordt door een erfgenaam, een legataris of een
begiftigde in de rechte lijn, door de echtgenoot of de wettelijk samenwonende van de overledene wordt
het successierecht dat van toepassing is op de netto-waarde van zijn aandeel in die woning vastgesteld
volgens het tarief aangegeven in onderstaande tabel. Daarin wordt opgegeven : onder
littera a : het percentage geldend voor de overeenstemmende schijf; onder littera b : het
totaalbedrag van de belasting op de voorgaande schijven. Voor de raadpleging van de tabel, zie
beeld
§
2. Voor de toepassing van die bepaling blijkt het feit dat de overledene zijn hoofdverblijfplaats had
in kwestieus onroerend goed, behoudens bewijs van het tegendeel, uit een uittreksel van het bevolkingsregister
of van het vreemdelingenregister. Het voordeel van het verlaagd tarief blijft behouden zelfs
indien de overledene zijn hoofdverblijfplaats niet in kwestieus onroerend goed heeft kunnen handhaven
wegens overmacht of om dwingende reden van medische, familiale, beroeps- of maatschappelijke aard. Onder
dwingende reden van medische aard in de zin van dit artikel wordt meer bepaald een toestand van behoefte
aan verzorging voor de overledene, diens echtgenoot/echtgenote, wettelijk samenwonende, kinderen of kinderen
van zijn echtgenote/haar echtgenoot of wettelijk samenwonende verstaan, die opgetreden is na aankoop
van de woning en waardoor de overledene in de onmogelijkheid verkeert om de woning te blijven betrekken,
zelfs bijgestaan door zijn gezin of een gezinshulporganisatie. § 3. Onder netto-waarde
dient de waarde van het aandeel in de woning bedoeld in § 1 te worden verstaan, verminderd met
het saldo van de schulden en de begrafeniskosten na toerekening op de goederen bedoeld bij artikel 60bis,
zoals bepaald in artikel 60bis, § 2, met uitsluiting van die, welke in het bijzonder betrekking
hebben op andere goederen." Art. 19. Artikel 66bis van het Wetboek der successierechten, ingevoegd
bij het koninklijk besluit van 3 juli 1939, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : "De
bepaling van lid één geldt niet : 1° voor de schenkingen van roerende goederen die het voorwerp
hebben uitgemaakt van het evenredig recht vastgesteld in artikel 131bis van het Wetboek der registratie-,
hypotheek- en griffierechten; 2° voor de schenkingen van ondernemingen die het voorwerp hebben
uitgemaakt van het verminderd tarief vastgesteld in artikel 140bis van het Wetboek der registratie-,
hypotheek- en griffierechten." Art. 20. Artikel 66ter van het Wetboek der successierechten,
ingevoegd bij het decreet van 17 december 1997, wordt vervangen door volgende bepaling : "Art.
66ter. Bij toepassing van artikel 60ter worden de erfdelen van de rechthebbenden in de netto-waarden
bedoeld in dit artikel toegevoegd aan hun erfdeel in de belastbare waarde van de andere goederen voor
de toepassing van het progressieve tarief van artikel 48 op de overdracht van die andere goederen." HOOFDSTUK
III. - Vereenvoudiging van de overdracht van ondernemingen, voor wat betreft de successierechten en de
schenkingsrechten Afdeling 1. - Overdracht van ondernemingen wat betreft de schenkingsrechten Art.
21. Artikel 140bis van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de
wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari 2005, wordt vervangen door
volgende bepaling : "Art. 140bis. § 1. In afwijking van de artikelen 131 en 131bis
wordt het schenkingsrecht verlaagd tot 0 % voor de schenkingen van ondernemingen indien die schenkingen,
vastgesteld bij authentieke akte, als voorwerp hebben : 1° de overdracht om niet van een zakelijk
recht op goederen die een universaliteit van goederen of een bedrijfstak of een handelsfonds uitmaken,
waarmee de begiftigde alleen of samen met andere personen op de dag van de schenking een nijverheids-,
handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post uitoefent. Het
in artikel 131 vastgestelde recht blijft niettemin toepasselijk op de overdrachten van zakelijke rechten
op onroerende goederen die geheel tot bewoning worden aangewend op het ogenblik van de authentieke akte
van de schenking. Het in artikel 131 vastgestelde recht blijft niettemin toepasselijk op de overdrachten
van zakelijke rechten op onroerende goederen die gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend op het ogenblik
van de authentieke akte van de schenking, in de mate van de verkoopwaarde van het deel van het onroerend
goed dat voor bewoning wordt aangewend in verhouding tot de totale verkoopwaarde van het onroerend goed;
2° de overdracht om niet van een zakelijk recht op : a) effecten van een vennootschap
waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie en die zelf of
samen met haar dochtervennootschappen in hoofdberoep een industriële, handels-, ambachts-, landbouw-
of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent op geconsolideerde basis
voor de vennootschap en haar dochtervennootschappen, voor het lopende boekjaar van de vennootschap en
voor elk van beide laatste boekjaren van de vennootschap, afgesloten op het ogenblik van de authentieke
akte van de schenking; b) schuldvorderingen op een in a) bedoelde vennootschap. §
2. De vermindering van het recht, vastgesteld bij § 1, wordt ondergeschikt gemaakt aan de naleving
van gezamenlijke volgende voorwaarden : 1° het dient een onderneming te betreffen : -
ofwel die in Wallonië personeelsleden ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid tewerkstelt
op datum van de authentieke schenkingsakte; - ofwel waarin de uitbater(s) en hun echtgenote,
hun wettelijk samenwonende, hun bloed- en aanverwanten in de eerste graad de enige in Wallonië tewerkgestelde
werknemers van de onderneming zijn, aangesloten zijn bij een Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen
bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het
sociaal statuut der zelfstandigen en hun bijdrage in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen
hebben betaald, op datum van de authentieke schenkingsakte; 2° indien het effecten en schuldvorderingen
bedoeld in § 1, 2°, betreft : - het geheel van de overgedragen effecten moet ten minste
10 % van de stemrechten in de algemene vergadering bedragen, op datum van de authentieke schenkingsakte; -
als het geheel van de overgedragen effecten minder bedraagt dan 50 % van de stemrechten in de algemene
vergadering moet bovendien een aandeelhouderschapsovereenkomst gesloten worden voor een minimumperiode
van vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke schenkingsakte en betrekking hebben op minstens
50 % van de stemrechten in de algemene vergadering. Door het sluiten van deze overeenkomst verplichten
de partijen zich ertoe de in dit artikel 140quinquies, § 1, bedoelde voorwaarden in acht te nemen; 3°
de begiftigde die om de toepassing van het verlaagde recht verzoekt, dient in de inhoud of onderaan op
de akte te verklaren dat de voorwaarden van dit artikel verenigd zijn en bij de akte een ondertekende
verklaring te voegen waarvan de regering van het Waalse Gewest het model bepaalt, evenals de stukken
die erbij gevoegd dienen te worden; indien de akte betrekking heeft op meerdere opvolgers, dienen laatstgenoemden
een gemeenschappelijke verklaring die elkeen ondertekend heeft, in te dienen. Voor de toepassing
van deze onderafdeling wordt de begiftigde die om de toepassing van het verlaagde recht verzoekt en die
de verklaring opstelt, "opvolger" genoemd. § 3. Onder "effecten" wordt verstaan : a.
de aandelen, winstaandelen, intekeningsrechten en winstbewijzen van een vennootschap; b. de
certificaten m.b.t. de in a. bedoelde effecten : - wanneer ze worden uitgegeven door rechtspersonen
die gevestigd zijn in één van de lidstaten van de Europese economische ruimte en die houder zijn van
de effecten waarop de certificaten betrekking hebben; - wanneer de uitgever van de certificaten
alle rechten gebonden aan de effecten waarop ze betrekking hebben, met inbegrip van het stemrecht, uitoefent;
- wanneer dit certificaat bepaalt dat zijn titularis elk product of inkomen gebonden aan de
effecten onderworpen aan de certificering van de uitgever van de effecten kan eisen. "§
4. Onder "schuldvorderingen" wordt verstaan elke geldlening al dan niet in de vorm van effecten, gegeven
door de schenker aan een vennootschap waarvan hij effecten bezit, wanneer deze lening rechtstreeks is
gebonden aan de behoeften van de industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, van
het vrij beroep of van het ambt of post uitgeoefend ofwel door de vennootschap ofwel door de vennootschap
zelf en haar dochtervennootschappen. De bovenvermelde schuldvorderingen worden evenwel uitgesloten
voorzover het totale nominale bedrag van de schuldvorderingen hoger is dan het deel van het sociaal kapitaal
dat werkelijk vrijgemaakt wordt en dat niet het voorwerp uitmaakt van een vermindering, noch van een
terugbetaling in hoofde van de schenker op de datum van de authentieke akte van schenking. De andere
winsten dan de verdeelde en als dusdanig belaste winsten die in het kapitaal worden ingelijfd, worden
niet beschouwd als vrijgemaakt kapitaal." Art. 22. A. In artikel 140ter, 3°, derde streepje,
a), van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij het programmadecreet
van 3 februari 2005 wordt in het Frans het woord "actions" ingevoegd tussen de woorden "le droit réel
dont il est titulaire sur les" en "ou parts faisant l'objet de la donation". B. Hetzelfde artikel
140ter van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 23. In artikel 140quater van hetzelfde
Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, worden de woorden "in de artikelen 140bis en 140ter
" vervangen door de woorden "artikel 140bis ". Art. 24. In artikel 140quinquies van hetzelfde
Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari
2005, waarvan de actuele tekst § 2 zal vormen, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
een § 1 wordt ingevoegd, luidend als volgt : "§ 1. Het verlaagde recht van artikel
140bis wordt enkel behouden op voorwaarde dat : 1° de onderneming verder actief blijft tijdens
minstens vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke schenkingsakte, ofwel als onderneming zoals
bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, ofwel als onderneming zelf of als onderneming samen met haar
dochtervennootschappen bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a) ; 2° het totaal aantal
werknemers in de onderneming in Wallonië en het totaal aantal zelfstandigen die in hoofdberoep verbonden
zijn aan de onderneming in Wallonië en die in het kader van het sociaal zelfstandigenstatuut in orde
zijn met hun bijdragen, waarbij dat totaalaantal uitgedrukt wordt in voltijdse eenheden en waarbij dat
aantal minstens één moet bedragen, tijdens de vijf eerste jaren te rekenen van de authentieke schenkingsakte
in jaargemiddelden op minstens 75 pct. van zijn bestand behouden blijft, ofwel als onderneming zelf of
als onderneming samen met haar dochtervennootschappen bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a). Als
het verkregen totaalaantal één eenheid overschrijdt zonder een geheel getal te zijn, wordt het naar de
lagere of hogere eenheid afgerond al naargelang de eerste decimaal al dan niet gelijk is aan of hoger
is dan 5; 3° het tegoed dat in een activiteit, een vrij beroep of een ambt of post zoals bedoeld
in artikel 140bis, § 1, 1°, geïnvesteerd wordt of het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap
bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, niet afnemen ten gevolge van vooruitnemingen of verdelingen
tijdens de vijf eerste jaren te rekenen van de authentieke schenkingsakte; 4° de effectieve
directiezetel van de vennootschap tijdens de vijf eerste jaren te rekenen van de authentieke schenkingsakte
niet overgeheveld wordt naar een staat die geen lid is van de Europese Unie; 5° de opvolgers
die niet aangeboden hebben om het verschuldigde recht zoals bedoeld in artikel 140sexies te betalen,
de ontvanger van het kantoor waar de akte geregistreerd is, na afloop van de periode van vijf jaar na
het overlijden bedoeld onder de nrs. 1° tot en met 4° hierboven, een ondertekende verklaring verstrekken
waaruit blijkt dat de voorwaarden bedoeld onder de nrs. 1° tot en met 4° hierboven en in lid 2 verder
nageleefd worden. De wijze waarop die aanvraag plaatsvindt, wordt door de regering van het Waalse Gewest
bepaald. Wat betreft de zakelijke rechten op onroerende goederen die met het voordeel van het
verlaagde recht zoals bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1° worden overgemaakt, wordt dat verlaagde
recht enkel behouden op voorwaarde dat die onroerende goederen niet bestemd worden voor bewoning, noch
geheel noch gedeeltelijk, tijdens een ononderbroken duur van vijf jaar te rekenen van de datum van de
authentieke schenkingsakte. Indien de bewoning van het onroerende goed dat met het voordeel van het verlaagde
recht gedeeltelijk een nieuwe bestemming krijgt, wordt het verlaagde recht enkel ingetrokken in de mate
van de verkoopwaarde van het deel van het onroerend goed dat de nieuwe bestemming als bewoning kreeg,
in verhouding tot de totale verkoopwaarde van het onroerend goed dat is overgemaakt met het voordeel
van het verlaagde recht." 2° § 2 wordt gewijzigd als volgt : - in lid één worden
de woorden "de begiftigde, indien deze laatste" vervangen door de woorden "de opvolger, vanaf het ogenblik
waarop de voorwaarden van § 1 niet meer vervuld zijn, behalve indien die opvolger gebruik heeft
gemaakt van de mogelijkheid om voor te stellen om het verschuldigde recht te betalen, zoals bepaald bij
artikel 140sexies, voor dat ogenblik."; - in lid 1 worden littera a), b) en c) opgeheven : -
lid twee en drie worden opgeheven. Art. 25. In artikel 140sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari 2005, worden volgende
wijzigingen aangebracht : 1° het woord "begiftigde" wordt vervangen door het woord "opvolger"; 2°
de woorden "de activiteit moet worden voortgezet of het zakelijk recht op de aandelen of effecten behouden
moet blijven" worden vervangen door de woorden "de voorwaarden van artikel 140quinquies, § 1,
behouden moeten blijven en voor het aanbreken van het ogenblik bedoeld in artikel 140quinquies, §
2." Art. 26. Artikel 140septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december
1998 en gewijzigd bij het programmadecreet van 3 februari 2005, wordt opgeheven. Art. 27. In
artikel 140octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, worden volgende
wijzigingen aangebracht : 1° in lid één worden de woorden "artikel 140quinquies " vervangen
door de woorden "artikel 140quinquies, § 2"; 2° in lid 2 wordt het woord "begiftigde"
vervangen door het woord "opvolger". Afdeling 2. - Overdracht van ondernemingen op het vlak
van de successierechten Art. 28. Artikel 48-2 van het Wetboek van successierechten, ingevoegd
bij de wet van 8 december 1980 en gewijzigd bij het decreet van 14 november 2001 en bij het besluit van
de Waalse Regering van 20 december 2001, wordt opgeheven. Art. 29. Artikel 60bis van hetzelfde
Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling : "Art. 60bis. § 1. In afwijking
van artikel 48 wordt het successierecht en het recht van overgang bij overlijden verlaagd tot 0 % voor
het verkrijgen van een netto-aandeel in een onderneming, indien de erfopvolging of de vereffening van
het huwelijksvermogenstelsel ten gevolge van het overlijden : 1° een zakelijk recht bevat op
goederen die een universaliteit van goederen of een bedrijfstak of een handelsfonds uitmaken, waarmee
de de cujus alleen of samen met andere personen op de dag van het overlijden een nijverheids-, handels-,
ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post uitoefende. Het
in artikel 48 vastgestelde recht blijft niettemin toepasselijk op de overdrachten van zakelijke rechten
op onroerende goederen die geheel tot bewoning worden aangewend op het ogenblik van het overlijden. Het
in artikel 48 vastgestelde recht blijft eveneens toepasselijk op de overdrachten van zakelijke rechten
op onroerende goederen die gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend op het ogenblik van het overlijden,
in de mate van de verkoopwaarde van het deel van het onroerend goed dat voor bewoning wordt aangewend
in verhouding tot de totale verkoopwaarde van het onroerend goed; 2° een zakelijk recht bevat
op : a) effecten van een vennootschap waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in
een lidstaat van de Europese Unie en die zelf of samen met haar dochtervennootschappen als hoofdberoep
een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een
ambt of een post uitoefent, op geconsolideerde basis voor de vennootschap en haar dochtervennootschappen,
voor het lopende boekjaar van de vennootschap en voor elk der beide laatste boekjaren van de vennootschap,
afgesloten op het ogenblik van het overlijden van de de cujus ; b) schuldvorderingen op een
in voorgaande a) bedoelde vennootschap. § 1bis. De vermindering van het recht, vastgesteld
bij § 1, wordt ondergeschikt gemaakt aan de naleving van gezamenlijke volgende voorwaarden : 1°
het dient een onderneming te betreffen : - die personeelsleden ingeschreven bij de Rijksdienst
voor Sociale Zekerheid tewerkstelt; - ofwel waarin de uitbater(s) en hun echtgenote, hun wettelijk
samenwonende, hun bloed- en aanverwanten in de eerste graad de enige in Wallonië tewerkgestelde werknemers
van de onderneming zijn, aangesloten zijn bij een Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen bedoeld
in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal
statuut der zelfstandigen en hun bijdrage in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen hebben
betaald, op datum van de authentieke schenkingsakte; 2° indien het effecten en schuldvorderingen
bedoeld in § 1, 2°, betreft : - Het geheel van de overgedragen effecten moet ten minste
10 % van de stemrechten in de algemene vergadering bedragen. - Als het geheel van de overgedragen
effecten minder bedraagt dan 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering moet bovendien een aandeelhouderschapsovereenkomst
gesloten worden voor een minimumperiode van vijf jaar te rekenen van de datum van het overlijden en betrekking
hebben op minstens 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering. Door het sluiten van deze overeenkomst
verplichten de partijen zich ertoe de in § 3, bedoelde voorwaarden in acht te nemen; 3°
de erfgenamen, legatarissen en begiftigden die om de toepassing van het verlaagde recht verzoeken, dienen
de bevoegde ontvanger uiterlijk terzelfdertijd als de successieaangifte een attest afgeleverd door de
regering van het Waalse Gewest over te maken waarin bevestigd wordt dat de vereiste voorwaarden voor
de daarin vermelde erfgenamen, legatarissen en begiftigden vervuld zijn. Voor de toepassing
van dit artikel worden die erfgenamen, legatarissen en begiftigden die om de toepassing van het verlaagde
recht verzoeken en die houder van dat attest zijn, "opvolgers" genoemd. De wijze waarop dat
attest wordt aangevraagd en afgeleverd, evenals de stukken die erbij gevoegd dienen te worden, worden
door de regering van het Waalse Gewest bepaald. § 1ter. Onder "effecten" wordt verstaan
: a. de aandelen, winstaandelen, intekeningsrechten en winstbewijzen van een vennootschap; b.
de certificaten die betrekking hebben op effecten bedoeld onder a. : - wanneer ze worden uitgegeven
door rechtspersonen die gevestigd zijn in één van de lidstaten van de Europese economische ruimte en
die houder zijn van de effecten waarop de certificaten betrekking hebben; - wanneer de uitgever
van de certificaten alle rechten gebonden aan de effecten waarop ze betrekking hebben, met inbegrip van
het stemrecht, uitoefent; - en wanneer dit certificaat bepaalt dat zijn titularis elk product
of inkomen gebonden aan de effecten onderworpen aan de certificering van de uitgever van de effecten
kan eisen. § 1quater. Onder "schuldvorderingen" wordt verstaan elke geldlening al dan
niet in de vorm van effecten, gegeven door de overledene aan een vennootschap waarvan hij aandelen of
effecten bezit, wanneer deze lening rechtstreeks is gebonden aan de behoeften van de industriële, handels-,
ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, van het vrij beroep of van het ambt of post uitgeoefend ofwel
door de vennootschap ofwel door de vennootschap zelf en haar dochtervennootschappen. De bovenvermelde
schuldvorderingen worden evenwel uitgesloten voorzover het totale nominale bedrag van de schuldvorderingen
hoger is dan het deel van het sociaal kapitaal dat werkelijk vrijgemaakt wordt en dat niet het voorwerp
uitmaakt van een vermindering, noch van een terugbetaling in hoofde van de overledene op de datum van
diens overlijden. De andere winsten dan de verdeelde en als dusdanig belaste winsten die in het kapitaal
worden ingelijfd, worden niet beschouwd als vrijgemaakt kapitaal. § 2. Onder netto-aandeel
dient de waarde te worden verstaan van het geheel van de zakelijke rechten op de goederen bedoeld in
§ 1, 1°, of de waarde van de zakelijke rechten op de effecten of schuldvorderingen bedoeld in
§ 1, 2°, verminderd met de schulden en de begrafeniskosten verstaan, met uitsluiting van : -
de schulden die in het bijzonder betrekking hebben op andere goederen dan die welke zijn overgedragen
met toepassing van het verlaagde recht; - de schulden die in het bijzonder betrekking hebben
op een onroerend goed dat gedeeltelijk is overgedragen met toepassing van het verlaagde recht, gezien
de gedeeltelijke bestemming ervan als woning, in dezelfde verhouding als die, welke bestaat tussen het
aandeel in dat deel van het onroerend goed dat voor bewoning wordt bestemd en de totale verkoopwaarde
van het onroerend goed. § 3. Het verlaagde recht van § 1 wordt enkel behouden
op voorwaarde dat : 1° de onderneming verder actief blijft tijdens minstens vijf jaar te rekenen
van de datum van het overlijden van de de cujus, ofwel als onderneming zoals bedoeld in § 1, 1°,
ofwel als onderneming zelf of als onderneming samen met haar dochtervennootschappen bedoeld in artikel
§ 1, 2°, a) ; 2° het totaalaantal werknemers in de onderneming in Wallonië en het totaal
aantal zelfstandigen die voldoen aan de voorwaarden van § 1bis, 1°, waarbij dat totaalaantal uitgedrukt
wordt in voltijdse eenheden en waarbij dat aantal minstens één moet bedragen, tijdens de vijf eerste
jaren te rekenen van het overlijden van de de cujus in jaargemiddelden op minstens 75 pct. van zijn bestand
behouden blijft, ofwel als onderneming zelf als bedoeld in § 1, 1°, of als onderneming samen met
haar dochtervennootschappen bedoeld in § 1, 2°, a). Als het verkregen totaalaantal één
eenheid overschrijdt zonder een geheel getal te zijn, wordt het naar de lagere of hogere eenheid afgerond
al naargelang de eerste decimaal al dan niet gelijk is aan of hoger is dan 5; 3° het tegoed
dat in een activiteit, een vrij beroep of een ambt of post zoals bedoeld in § 1, 1°, geïnvesteerd
wordt of het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap bedoeld in § 1, 2°, niet afnemen ten
gevolge van vooruitnemingen of verdelingen tijdens de vijf eerste jaren te rekenen van de authentieke
schenkingsakte; 4° de opvolgers die niet aangeboden hebben om het verschuldigde recht zoals
bedoeld in § 5 te betalen, na afloop van de periode van vijf jaar na het overlijden bedoeld onder
de nrs. 1° tot en met 3° hierboven, een ondertekend attest verstrekken waaruit blijkt dat de voorwaarden
bedoeld onder de nrs. 1° tot en met 3° hierboven en in lid 2 verder nageleefd worden. De wijze waarop
dat attest wordt opgemaakt, wordt door de regering van het Waalse Gewest bepaald; 5° bij elke
vordering door de personeelsleden aangewezen door de Waalse Regering tijdens de periode van vijf jaar
na het overlijden bedoeld onder de nrs. 1° tot en met 3° hierboven, delen de opvolgers die niet aangeboden
hebben om het verschuldigde recht te betalen zoals bedoeld in § 5 schriftelijk binnen de maand
na de datum waarop de aanvraag is verstuurd, waarbij die termijn om gegronde redenen verlengd kan worden,
de bestanddelen aan de hand waarvan vastgesteld kan worden dat de voorwaarden om in aanmerking te komen
voor het verlengde recht verder nageleefd worden indien uit aanwijzingen kan blijken dat de voorwaarden
bedoeld onder de nrs. 1° tot en met 3° hierboven of in lid 2, niet meer vervuld zouden zijn. In
de aanvraag worden de aanwijzingen waaruit kan blijken dat de voorwaarden bedoeld onder de nrs. 1° tot
en met 3° hierboven of in lid 2, niet meer vervuld zouden zijn, nader bepaald. Wat betreft de
zakelijke rechten op onroerende goederen die met het voordeel van het verlaagde recht zoals bedoeld in
artikel § 1, 1° worden overgedragen, wordt dat verlaagde recht enkel behouden op voorwaarden dat
die onroerende goederen niet bestemd worden voor bewoning, noch geheel noch gedeeltelijk, tijdens een
ononderbroken duur van vijf jaar te rekenen van de datum van het overlijden van de de cujus. Indien de
bewoning van het onroerende goed dat met het voordeel van het verlaagde recht gedeeltelijk overgedragen
wordt, een nieuwe bestemming krijgt, wordt het verlaagde recht enkel ingetrokken in de mate van de verkoopwaarde
van het deel van het onroerend goed dat de nieuwe bestemming als bewoning kreeg, in verhouding tot de
totale verkoopwaarde van het onroerend goed dat is overgedragen met het voordeel van het verlaagde recht." §
4. Behalve in geval van overmacht wordt het overeenkomstig de artikelen 48 tot en met 60 verschuldigde
recht ten laste van de opvolgers eisbaar vanaf het ogenblik waarop de voorwaarden van § 3 niet
meer vervuld zijn, behalve voor de opvolgers die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om voor te
stellen om het bij § 5, leden 1 en 2 bepaalde verschuldigde recht, vóór dat ogenblik te betalen. Indien
het overeenkomstig de artikelen 48 tot en met 60 verschuldigde recht eisbaar wordt overeenkomstig vorig
lid, moeten de opvolgers bij het kantoor waar het verschuldigde recht geheven is, een nieuwe aangifte
in de zin van artikel 37 indienen binnen de termijn van artikel 40 te rekenen van het verstrijken van
het jaar waarin één van de oorzaken van de verschuldigdheid van dat recht opgetreden is. §
5. Elke opvolger die in aanmerking is gekomen voor de verlaging van het recht kan voorstellen om het
verschuldigde recht te betalen overeenkomstig de artikelen 48 tot en met 60 vóór verstrijken van de termijn
van vijf jaar waarin de voorwaarden van § 3 in stand gehouden moeten worden en vóór aanbreken
van het ogenblik vermeld in § 4, lid 1. In dit geval moet de opvolger die in aanmerking
is gekomen voor de verlaging van het recht bij het kantoor waar het verschuldigde recht geheven is, een
nieuwe aangifte in de zin van artikel 37 indienen waarmee de samenstelling en de waarde van de goederen
waarvoor hij het overeenkomstig de artikelen 48 tot en met 60 wenst te betalen, bepaald wordt. §
6. De verklaringen bepaald bij de §§ 4 en 5, ondertekend door de betrokken opvolger(s),
worden in twee exemplaren opgemaakt, waarvan één in het registratiekantoor blijft en het andere, voorzien
door het registratiekantoor van een bericht van ontvangst van die nieuwe verklaring, door de betrokken
opvolger(s) verstuurd wordt naar de dienst van de Waalse Regering die het attest bedoeld in §
1bis, 3°, afgeleverd heeft. In die verklaringen worden naam, voornaam, geboorte- en overlijdensdatum
en laatste woonplaats van de de cujus vermeld, evenals het nieuwe feit waardoor de verschuldigdheid van
het overeenkomstig de artikelen 48 tot en met 60 verschuldigde recht en alle bestanddelen die noodzakelijk
zijn voor de vereffening van de belasting, bepaald wordt." HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding Art.
30. Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt,
met uitzondering van : - hoofdstuk 3, dat in werking treedt op 1 januari 2006. - artikel
22, A., dat gevolg heeft vanaf 1 januari 2005. »