ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben, in de door artikel
195 van de Grondwet bepaalde voorwaarden, aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Enig
artikel. Artikel 103 van de Grondwet wordt vervangen als volgt : « Art. 103. - Ministers worden
voor misdrijven die zij in de uitoefening van hun ambt mochten hebben gepleegd, uitsluitend berecht door
het hof van beroep. Hetzelfde geldt voor misdrijven die ministers buiten de uitoefening van hun ambt
mochten hebben gepleegd en waarvoor zij worden berecht tijdens hun ambtstermijn. De artikelen 59 en 120
zijn in voorkomend geval niet van toepassing. De wet bepaalt op welke wijze tegen hen in rechte
wordt opgetreden, zowel bij de vervolging als bij de berechting. De wet wijst het bevoegde hof
van beroep aan, dat in algemene vergadering zitting houdt, en bepaalt de samenstelling ervan. Tegen de
arresten van het hof van beroep is beroep mogelijk bij het Hof van Cassatie, in verenigde kamers, dat
niet in de beoordeling van de zaken zelf treedt. De vervolging in strafzaken van een minister
kan enkel worden ingesteld en geleid door het openbaar ministerie bij het bevoegde hof van beroep. Voor
elke vordering tot regeling van de rechtspleging, voor elke rechtstreekse dagvaarding voor het hof van
beroep en, behalve bij ontdekking op heterdaad, voor elke aanhouding, is het verlof van de Kamer van
volksvertegenwoordigers vereist. De wet bepaalt de procedure die moet worden gevolgd indien
de artikelen 103 en 125 beide van toepassing zijn. Aan een overeenkomstig het eerste lid veroordeeld
minister kan geen genade worden verleend dan op verzoek van de Kamer van volksvertegenwoordigers. De
wet bepaalt in welke gevallen en volgens welke regels de benadeelde partijen een burgerlijke rechtsvordering
kunnen instellen. Overgangbepaling Dit artikel is niet van toepassing op de feiten
waarvoor daden van opsporing werden verricht en op vervolgingen ingesteld vóór de inwerkingtreding van
de wet tot uitvoering ervan. Hiervoor geldt de volgende regeling : de Kamer van volksvertegenwoordigers
heeft het recht ministers in beschuldiging te stellen en hen te brengen voor het Hof van Cassatie. Dit
alleen is bevoegd om hen te berechten, in verenigde kamers, in de gevallen en met toepassing van de straffen
die in de strafwetten zijn bepaald. De wet van 17 december 1996 houdende tijdelijke en gedeeltelijke
uitvoering van artikel 103 van de Grondwet blijft terzake gelden. » Kondigen deze bepaling af,
bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het zal worden bekendgemaakt. Gegeven
te Brussel, 12 juni 1998. ALBERT Von Königs wegen: De Eerste Minister, J.-L.
DEHAENE De Minister van Binnenlandse Zaken, L. TOBBACK Met 's Lands zegel
gezegeld : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS
(1) Verklaring
tot herziening van de Grondwet ( van 12 april 1995). (2) Gewone zitting 1997-1998. Kamer
van volksvertegenwoordigers Parlementaire Stukken. - Voorstel en toelichting, nr. 1258/1. -
Amendementen, nrs. 1258/2 tot 4. - Verslag, nr. 1258/5. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 1258/6.
- Amendement, nr. 1258/7. - Aanvullend verslag, nr. 1258/8. - Amendementen, nrs. 1258/9 en 10. - Tekst
aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 1258/11. Parlementaire
Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 10, 12 maart, 22 en 28 april 1998. Senaat. Parlementaire
Stukken. - Tekst overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1-964/1. - Verslag, nr.
1-964/2. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 1-964/3. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering,
nr. 1-964/4. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 11 juni 1998.