27 NOVEMBER 2001. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 21 december 2000 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen tot het behoud van de visbestanden in zee
De
Minister toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw, Gelet op de
wet van 12 april 1957 waarbij de Koning wordt gemachtigd maatregelen voor te schrijven ter bescherming
van de biologische hulpbronnen van de zee, gewijzigd bij de wetten van 23 februari 1971, 18 juli 1973,
22 april 1999 en 3 mei 1999; Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-,
tuinbouw- en zeevisserijproducten, gewijzigd bij de wetten van 11 april 1983, 29 december 1990 en 5 februari
1999; Gelet op het koninklijk besluit van 21 juni 1994 tot het instellen van een visvergunning
en houdende tijdelijke maatregelen voor de uitvoering van de communautaire regeling voor de instandhouding
en het beheer van de visbestanden, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 december 1994, 4 mei
1995, 4 augustus 1996, 2 december 1996, 13 september 1998, 3 februari 1999, 13 mei 1999, 20 december
1999 en 20 augustus 2000, inzonderheid artikel 18; Gelet op het ministerieel besluit van 21
december 2000 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen tot het behoud van de visbestanden in zee,
gewijzigd bij de ministeriėle besluiten van 5 maart 2001, 28 maart 2001, 25 april 2001, 15 mei 2001,
31 mei 2001, 29 juni 2001, 26 juli 2001, 6 september 2001, 26 september 2001, 30 oktober 2001 en 15 november
2001; Gelet op de wetten van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid
op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus
1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat voor het jaar 2001 vangstbeperkingen
moeten vastgesteld worden teneinde de aanvoer te spreiden, is het bijgevolg nodig zonder verwijl behoudsmaatregelen
te treffen teneinde de door de EG toegestane vangsten niet te overschrijden; Overwegende dat
een betere spreiding van de aanvoer van tong, schol en kabeljauw kan bewerkstelligd worden door het instellen
van een gespreide verdeling van de beschikbare quota in de i.c.e.s.-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium)
alsook door het instellen van maximale vangsten per vaartdag in bepaalde i.c.e.s.-gebieden, Besluit
: Artikel 1. Artikel 4 van het ministerieel besluit van 21 december 2000 houdende tijdelijke
aanvullende maatregelen tot het behoud van de visbestanden in zee, gewijzigd bij ministeriėle besluiten
van 29 juni 2001 en 26 september 2001, wordt aangevuld met het volgend lid : « Vanaf 1 december
2001 tot en met 31 december 2001 is het verboden dat in de i.c.e.s.-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium)
de tongvangst van een vissersvaartuig een hoeveelheid overschrijdt die gelijk is aan 6 kg vermenigvuldigd
met het motorvermogen van het vissersvaartuig uitgedrukt in kW. » Art. 2. Artikel 10, §
2bis, van hetzelfde besluit gewijzigd bij de ministeriėle besluiten van 5 maart 2001, 28 maart 2001,
25 april 2001, 26 juli 2001 en 6 september 2001, wordt aangevuld met volgende leden : « In afwijking
met vorige leden is het gedurende de periode van 1 december 2001 tot en met 31 december 2001 inbegrepen,
verboden dat de totale scholvangst in de i.c.e.s.-gebieden VIId,e per zeereis gerealiseerd door een vissersvaartuig
met een motorvermogen van 221 kW of minder een hoeveelheid overschrijdt die gelijk is aan 120 kg vermenigvuldigd
met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die visreis in de betreffende i.c.e.s.-gebieden. In
afwijking met vorige leden is het gedurende de periode van 1 december 2001 tot en met 31 december 2001
inbegrepen, verboden dat de totale scholvangst in de i.c.e.s.-gebieden VIId,e per zeereis gerealiseerd
door een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 221 kW een hoeveelheid overschrijdt die gelijk
is aan 240 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die visreis in de betreffende
i.c.e.s.-gebieden. » Art. 3. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriėle
besluiten van 28 maart 2001, 25 april 2001, 26 juli 2001, 26 september 2001 en 30 oktober 2001 wordt
aangevuld met volgende paragraaf : « § 8. In afwijking met de §§ 4, 5 en
6 is het gedurende de periode van 1 december 2001 tot en met 31 december 2001 inbegrepen in de i.c.e.s.-gebieden
VII, VIII verboden dat de totale kabeljauwvangst per zeereis, gerealiseerd door een vissersvaartuig met
een motorvermogen van meer dan 221 kW een hoeveelheid overschrijdt die gelijk is aan 100 kg vermenigvuldigd
met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die zeereis in de betreffende i.c.e.s.-gebieden. In
afwijking met de §§ 4, 5 en 6 is het gedurende de periode van 1 december 2001 tot en met
31 december 2001 inbegrepen in de i.c.e.s.-gebieden VII, VIII verboden dat de totale kabeljauwvangst
per zeereis, gerealiseerd door een vissersvaartuig met een motorvermogen van dan 221 kW of minder een
hoeveelheid overschrijdt die gelijk is aan 50 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd
tijdens die zeereis in de betreffende i.c.e.s.-gebieden. » Art. 4. Dit besluit treedt in werking
op 1 december 2001. Brussel, 27 november 2001. Mevr. A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK