Oostkustpolder. - Huishoudelijk reglement Titel I. - Inrichting en doel Artikel 1.
Alle erven gelegen binnen de grenzen van het bij dit reglement gevoegd plan vormen een polder onder
de benaming Oostkustpolder. Het gebied van de polder bevindt zich geheel of gedeeltelijk op
het grondgebied van de gemeenten Brugge, Knokke-Heist, Damme, Beernem, Oostkamp en Maldegem. Art.
2. De polder heeft tot taak : 1. Het verwezenlijken van de doelstellingen en rekening houden
met de beginselen zoals bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 van het decreet integraal waterbeleid van 18
juli 2003 en het uitvoeren van de waterbeheerplannen voor zover daarin maatregelen en acties zijn voorzien
die tot de bevoegdheid van de polder behoren, binnen de grenzen van het territoriale gebied. 2.
Het voeren van een peilbeheer rekening houdend met de verschillende belangen in het gebied. 3.
Alle zodanige beslissingen te nemen die de algemene vergadering in het belang van de polder nodig zal
achten. Art. 3. De polder heeft zijn zetel te Brugge en bij beslissing van de algemene vergadering
in een andere gemeente gelegen binnen het werkingsgebied van de polder. Titel II. - Het beheer
van de polder HOOFDSTUK I. - Algemene vergadering. Art. 4. De legger van de in de
polder gelegen erven wordt jaarlijks herzien uiterlijk op 1 januari. Met het oog op de herziening
zal de legger tijdens de maanden januari en februari ter inzage liggen op het kantoor van de ontvanger-griffier
tijdens de kantooruren. Het recht van inzage en bezwaar tegen de in de legger voorkomende gegevens, wordt
elk jaar via een bericht op het aanslagbiljet van het voorafgaande jaar bekendgemaakt. Art.
5. Zijn stemgerechtigd in de algemene vergadering, de houders van zakelijke rechten waarvan het genot
verbonden is van één of meer in het gebied van de polder gelegen erven, op voorwaarde dat de oppervlakte
van deze één of meer erven minstens vijf hectaren bedraagt. Elk lid van de algemene vergadering
beschikt slechts over één stem. Art. 6. Ingelanden die afzonderlijk geen stemrecht hebben,
kunnen hun eigendommen groeperen tot het minimum van vijf hectaren, om gezamenlijk een afgevaardigde
naar de algemene vergadering te zenden. Zij die van dit recht wensen gebruik te maken, dienen
hiervoor een schriftelijke overeenkomst op te stellen en deze vóór 1 september per aangetekende zending
of tegen ontvangstbewijs aan de dijkgraaf ter zetel van de polder te laten geworden. De aangeduide
stemgerechtigde kan zich door een volmachtdrager laten vertegenwoordigen tenzij de overeenkomst anders
bepaalt. Deze groeperingen worden, behoudens tegenstrijdig beding in de overeenkomst, geacht
een onbepaalde duur te hebben. Aldus zullen zij jaarlijks bij het herzien van de lijst van de stemgerechtigden
op de lijst gehandhaafd worden, tenzij op dat ogenblik wordt vastgesteld : a) dat de vereiste
gezamenlijke oppervlakte van minimum 5 hectaren niet meer wordt bereikt; b) of dat één of meer
van de gegroepeerde ingelanden afzonderlijk stemrecht zou gekregen hebben, daarin begrepen de verkrijging
van stemrecht zoals bepaald in artikel 31, tweede alinea, van de wet van 3 juni 1957; c) of
dat één of meer van de gegroepeerde ingelanden is overleden. Voor de handhaving van de groepering met
de erfgenamen, die aan de wettelijke voorwaarden tot groepering zouden voldoen, is ten aanzien van de
polder een nieuwe overeenkomst noodzakelijk; d) of dat één of meer van de gegroepeerden aan
de dijkgraaf zijn of hun beslissing hebben te kennen gegeven een einde aan de groepering te stellen,
hetgeen tegenover de polder enkel geldig uitwerking zal hebben indien de overeenkomst van onbepaalde
duur is en bedoeld aangetekend schrijven vóór 1 september aan de dijkgraaf wordt verzonden. Deze kennisgeving
aan de dijkgraaf dient schriftelijk te gebeuren, hetzij bij aangetekend schrijven, hetzij tegen ontvangstbewijs
en dit ter zetel van de polder; e) of dat de in de overeenkomst bepaalde duur is verstreken; f)
of dat aan de overeenkomst met bepaalde duur vroegtijdig een einde is gesteld middels een kennisgeving
van één van de gegroepeerden Deze kennisgeving dient schriftelijk te gebeuren, hetzij bij aangetekend
schrijven, hetzij tegen ontvangstbewijs en dit aan de dijkgraaf ter zetel van de polder. Art.
7. De lijst van de stemgerechtigden wordt jaarlijks vóór 1 oktober door het bestuur herzien en wordt
op 31 december van elk jaar definitief afgesloten met inachtneming van de beslissingen van de deputatie,
nadat zij gedurende één maand te rekenen vanaf 1 oktober ter inzage zal hebben gelegen op het kantoor
van de ontvanger-griffier tijdens zijn gewone kantooruren. Zij die op de aldus vastgestelde
lijst niet voorkomen, hebben geen recht van stemmen in de loop van het volgend jaar. Zij die er wel op
voorkomen, hebben recht van stemmen in de loop van het volgend jaar ook al voldoen zij in dat jaar niet
meer aan de vereisten om stemgerechtigd ingelande te zijn. Art. 8. Ingelanden die rechten hebben
op onverdeelde goederen verkrijgen stemrecht op voorwaarde dat deze rechten betrekking hebben op minstens
5 ha. Zij kunnen dit stemrecht uitoefenen in de voorwaarden bepaald bij artikel 16 van de wet van 3 juni
1957. De overeenkomst, waarbij de gemeenschappelijke mandataris wordt aangesteld, of bij gebrek
aan overeenstemming, de aanstelling door de vrederechter, dient vóór 1 september aan de dijkgraaf bezorgd
te worden, hetzij per aangetekende zending, hetzij tegen ontvangstbewijs. De in de overeenkomst
aangeduide stemgerechtigde kan zich door een volmachtdrager laten vertegenwoordigen, tenzij dit uitdrukkelijk
in de overeenkomst verboden wordt. Behoudens een andersluidende overeenkomst wordt de persoon
aan wie de uitnodiging tot de algemene vergadering wordt gestuurd geacht de gemeenschappelijke mandataris
van de onverdeeldheid te zijn. De uitnodiging wordt gestuurd aan de persoon die als 1e vermeld staat
op de kadastrale legger van de onverdeelde eigendom. Art. 9. De volgens artikel 16, alinea
1, van de wet van 3 juni 1957 door een private of publieke rechtspersoon aangestelde gemachtigde moet
om zijn stemrecht te kunnen uitoefenen, het schriftelijk bewijs van zijn aanstelling door het orgaan
dat volgens de wet, het decreet of de statuten daartoe bevoegd is, voorleggen voor de aanvang van de
vergadering. In geval van een zaakwaarneming kan de zaakgelastigde zich enkel via een volmacht op de
algemene vergadering aanbieden. Art. 10. Stemgerechtigden kunnen zich op de algemene vergadering
door een gevolmachtigde naar hun keuze, die al dan niet ingelande is, laten vertegenwoordigen. Een
gevolmachtigde kan slechts drager zijn van één enkele volmacht. Om geldig te zijn, moet de volmacht
voldoen aan : - toekomen drie kalenderdagen vóór de algemene vergadering op de zetel van de
polder (per post of afgegeven); - gewettigde handtekening () van volmachtgever; - adres
van de volmachtgever en volmachtdrager; - bevat de eigen geschreven vermelding "goed voor volmacht". Vóór
de algemene vergadering wordt een proces-verbaal opgesteld met geldige en ongeldige volmachten, getekend
door de dijkgraaf en ontvanger-griffier. Een model van volmachtformulier wordt als bijlage aan
dit huishoudelijk reglement gevoegd. Art. 11. Ieder jaar op een datum en plaats door het bestuur
te bepalen, wordt een gewone algemene vergadering gehouden. Buitengewone algemene vergaderingen
worden, volgens de noodwendigheden, gehouden op beslissing van het bestuur of op verzoek van ten minste
één derde van de leden. Art. 12. De oproepingen voor de algemene vergaderingen, zo gewone als
buitengewone, gebeuren per gewone post, die moeten verzonden worden minstens twee weken vóór de zitting.
Zij zullen naast de agenda, ook dag, uur en plaats van de vergadering vermelden. De oproepingsbrieven
voor de gewone algemene vergadering bevatten : - proces-verbaal van de vorige algemene vergadering; -
een samenvatting van de rekening van het voorbije jaar; - het ontwerp van de begroting voor
het lopende dienstjaar; - een samenvatting van het werkingsverslag van het voorbije jaar; -
een verklarende nota met betrekking tot de geplande werken. Wanneer de hoogdringendheid bewezen
is, kan er voor buitengewone algemene vergaderingen afgeweken worden van de verplichting om twee weken
op voorhand de oproepingsbrieven te verzenden. In dit geval moet de oproepingsbrief uitdrukkelijk de
hoogdringendheid inroepen. Art. 13. De algemene vergadering wordt gehouden onder het voorzitterschap
van de dijkgraaf of bij afwezigheid van de dijkgraaf, de adjunct-dijkgraaf, of bij afwezigheid van de
adjunct-dijkgraaf, het oudste bestuurslid. De zitting vangt aan met de melding van het aantal
stemgerechtigde leden, en het aantal aanwezige stemmen. Van de algemene vergadering wordt een
verslag opgemaakt en door de voorzitter van de vergadering en de ontvanger-griffier ondertekend. Bezwaren
kunnen ingediend worden tot drie weken na het versturen van het verslag. De opmerkingen of bezwaren over
het verslag worden aan het bestuur voorgelegd dat beslist over de nodige aanpassingen waarbij de beslissingen
van de algemene vergaderingen niet kunnen gewijzigd worden. In de volgende algemene vergadering wordt
het verslag bekrachtigd. Art. 14. Geen geldige beslissing kan worden genomen over punten buiten
de agenda tenzij in geval van hoogdringendheid of op vraag van twee derde van de aanwezige stemmen. De
hoogdringendheid moet gemotiveerd worden. Art. 15. Alle besluiten van de algemene vergadering
worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen beslist
de stem van de voorzitter van de vergadering Geheime stemmingen hebben plaats voor de verkiezing
van bestuursleden, voor elke benoeming en tuchtmaatregel en telkens wanneer er over personen dient te
worden gestemd, evenals op verzoek van minstens één vierde van de aanwezige stemgerechtigden. Bij staking
van stemmen bij een geheime stemming is het voorstel verworpen. De vergaderingen zijn niet openbaar. HOOFDSTUK
II. - Het bestuur Art. 16. Het bestuur van de polder is samengesteld uit een dijkgraaf, een
adjunct-dijkgraaf en negen gezworenen. Het dagelijks bestuur van de polder bestaat uit de dijkgraaf,
adjunct-dijkgraaf, ontvanger-griffier en een ander bestuurslid Als overgangsmaatregel bij de
eerste samenstelling van het bestuur geldt dat uit de vroegere polders, betrokken in de samensmelting
tot de Oostkustpolder, één vertegenwoordiger opgenomen wordt in het bestuur voor een polder met een totale
oppervlakte minder dan 2 500 ha, drie vertegenwoordigers voor een polder met een oppervlakte tussen 2
500 en 7 500 ha en vier vertegenwoordigers voor een polder met een totale oppervlakte van meer dan 7
500 ha, voor zover er zich iemand kandidaat stelt en deze ook ingelande is voor de polder die hij vertegenwoordigt.
Art. 17. Voor de verkiezing van het bestuur worden drie achtereenvolgende geheime stemmingen
gehouden. Door de eerste stemming worden alle bestuursleden aangewezen; door de tweede en derde
stemming worden onder de aldus verkozen bestuursleden achtereenvolgens de dijkgraaf en de adjunct-dijkgraaf
aangewezen. Art. 18. Bij vacature van één of meer bestuursambten heeft elke ingelande al of
niet stemgerechtigd, en die aan de wettelijke voorwaarden voldoet, het recht zijn kandidatuur te stellen
die echter slechts ontvankelijk zal zijn indien zij schriftelijk aan de dijkgraaf wordt gericht, per
aangetekende zending ter zetel van de polder, en dit ten minste één week vóór de algemene vergadering,
waarop de verkiezing van een bestuursambt is geagendeerd. Als overgangsmaatregel bij de eerste
samenstelling van het bestuur, worden de kandidaatstellingen gericht aan de gouverneur van de provincie
West-Vlaanderen, Burg 4, 8000 Brugge. Om te voorzien in één of meerdere vacatures wordt gehandeld
zoals hierna bepaald : 1. In een eerste stemronde worden de nieuwe bestuursleden voor de vacante
plaatsen aangeduid. 2. Zijn beide ambten van dijkgraaf en adjunct-dijkgraaf vacant, dan heeft
de aanduiding van de dijkgraaf plaats in een tweede stemronde, terwijl in een derde stemronde de adjunct-dijkgraaf
zal benoemd worden. 3. Staat alleen het ambt van dijkgraaf open, dan wordt hij in een tweede
stemronde aangeduid; is het de zittende adjunct-dijkgraaf die daartoe benoemd wordt, dan heeft een derde
stemronde plaats om een nieuwe adjunct-dijkgraaf te kiezen. 4. Indien alleen een adjunct-dijkgraaf
moet benoemd worden, heeft die plaats in een tweede stemronde. Aangezien de algemene vergadering
onder de bestuursleden de dijkgraaf en de adjunct-dijkgraaf aanwijst, worden voor deze beide ambten geen
kandidatuurstellingen vereist. Art. 19. De stemverrichtingen worden geleid door een bureau,
voorgezeten door de voorzitter van de vergadering. Het bureau bestaat verder uit twee afgevaardigden,
aan te wijzen door de algemene vergadering onder de aanwezigen, op voorstel van de voorzitter. Deze afgevaardigden
moeten aangenomen worden buiten de bestuursleden en de kandidaten voor een bestuurspost. De
ontvanger-griffier maakt als secretaris deel uit van dit bureau. Na het einde van iedere stemronde
neemt het bureau de stemmen op. De uitslag wordt door de voorzitter van het bureau bekendgemaakt en door
de ontvanger-griffier geacteerd in het proces-verbaal van de zitting. Al de stukken betreffende
de verkiezing, waaronder de schriftelijke kandidatuurstellingen, de stembrieven, evenals de volmachten,
worden door de ontvanger-griffier bewaard gedurende de termijn van minstens één jaar. In geval van verhaal
tegen de geldigheid van de kiesverrichtingen wordt deze termijn verlengd tot één week na de eindbeslissing. Art.
20. Aan de aanwezige stemgerechtigde ingelanden wordt de lijst van de kandidaten overhandigd. Zij
die het grootst aantal stemmen behalen, zullen verkozen zijn, met dien verstande dat de volstrekte meerderheid
van de geldig uitgebrachte stemmen vereist is. Art. 21. Indien in de eerste stemronde, na de
eerste stembeurt, geen volstrekte meerderheid behaald wordt voor één of meerdere te begeven plaatsen,
zal er een tweede stembeurt gehouden worden onder de kandidaten die deze volstrekte meerderheid niet
hebben behaald. In deze tweede stembeurt volstaat een gewone meerderheid. Wanneer twee
of meer kandidaten een gelijk aantal stemmen behalen, zal in eerste orde de voorrang gegeven worden aan
een uittredend bestuurslid en in tweede orde door lottrekking. Art. 22. Het mandaat van bestuurslid
duurt zes jaar. Om de drie jaar wordt het bestuur gedeeltelijk hernieuwd, met dien verstande dat beurtelings
en in deze volgorde vijf en zes bestuursposten vacant komen. De orde van uittreden wordt naderhand bepaald
door het nieuw bestuur. Het bestuur kan voorstellen om na drie jaar de vijf te hernieuwen plaatsen
te herleiden tot drie en na zes jaar de zes te hernieuwen plaatsen te herleiden tot vier. De
vervallen mandaten kunnen hernieuwd worden telkens voor een termijn van zes jaar. Art. 23.
Indien voortijdig de plaats van dijkgraaf, adjunct-dijkgraaf of een gezworene vacant wordt, dan zal tot
zijn vervanging worden overgegaan tijdens de eerstvolgende algemene vergadering. Het bestuurslid,
dat ter voortzetting van een voortijdig opengevallen mandaat wordt verkozen, voleindigt dit mandaat. Art.
24. Alle gemeentebesturen zijn met raadgevende stem vertegenwoordigd in het bestuur van de polder door
de burgemeester of de plaatsvervangende schepen. Indien de burgemeester zijn mandaat van burgemeester
komt te verliezen, maakt die niet verder deel uit van het bestuur. De burgemeester die dan tot
het bestuur toetreedt zal - voor wat de duur van zijn mandaat betreft - de termijn van het mandaat van
zijn voorganger voltooien. Op basis van de agenda kan het bestuur beslissen om een deskundige
- zonder stemrecht - uit te nodigen op de bestuursvergadering. Art. 25. Bij gelijktijdige verkiezing
van kandidaten bestuursleden, die onderling bloed- of aanverwant zijn in één van de door artikel 29 van
de wet van 3 juni 1957 verboden graden, zal diegene die het meeste aantal stemmen gehaald heeft, en bij
gelijkheid van stemmen, de oudste in jaren verkozen worden. Door de gouverneur kan een afwijking verleend
worden, zoals bepaald bij het derde lid van bedoeld artikel, uitgezonderd wanneer de oudste vóór tot
de verkiezing wordt overgegaan, verklaart zijn mandaat niet te aanvaarden. De kandidatuur om
tot bestuurslid te worden benoemd die, bij vacature, zou worden gesteld door een ingelande die bloed-
of aanverwant is van één van de aanblijvende leden van het bestuur of van de ontvanger-griffier is bijgevolg
niet ontvankelijk. Art. 26. De bijeenkomsten van het bestuur grijpen plaats volgens behoeften,
en op de door de dijkgraaf vastgestelde data. De uitnodigingen tot deze vergaderingen met vermelding
van agenda - geschieden ten minste één week vooraf. In geval van hoogdringendheid kan zelfs een mondelinge
uitnodiging tot een onmiddellijke vergadering volstaan. Art. 27. Van de bijeenkomsten van het
bestuur wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat ingeschreven wordt in een daartoe bestemd register en
door de dijkgraaf en de ontvanger-griffier ondertekend. Art. 28. Het bestuur kan enkel geldig
beraadslagen wanneer de meerderheid van de in functie zijnde leden aanwezig is. Mocht tijdens
een bijeenkomst van het bestuur deze meerderheid niet aanwezig zijn, dan zullen in de loop van de eerstvolgende
vergadering, met zelfde agenda, de beslissingen getroffen worden, welke ook het aantal van de aanwezige
bestuursleden is. De beslissingen worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij
staking van stemming is de stem van de dijkgraaf, of zijn vervanger, beslissend. In geval van geheime
stemming is bij staking van stemmen het voorstel verworpen. Als overgangsmaatregel worden in
de eerste zes jaar na de start van de Oostkustpolder beslissingen met twee- derde meerderheid genomen,
als voorstel aan de algemene vergadering, betreffende volgende punten : - De beslissingen betreffende
het principe en de voorwaarden van de verhuringen en verpachtingen van poldergoederen en het eventueel
kwijtschelden van verplichtingen aangegaan door huurders, pachters en aannemers van werken of leveringen; -
Het vervreemden of andere daden van beschikking met betrekking tot de goederen van de polder; -
Het goedkeuren van het geschot of polderbelasting. Art. 29. Het mandaat van bestuurslid is
onbezoldigd. In de begroting kan het verlenen van een zitpenning opgenomen worden. Een vergoeding van
reis- en verblijfkosten wordt voorzien volgens de normen welke ter zake gelden voor het overheidspersoneel. Art.
30. De dijkgraaf neemt kennis van alle stukken die de polderwerking aanbelangen en deelt ze mee aan
het bestuur in zijn eerstkomende vergadering. De dijkgraaf treedt in rechte op, voor de polder,
in overeenstemming met de aanwijzingen van het bestuur. Om als eiser op te treden, moet het
bestuur gemachtigd zijn door de algemene vergadering en door de gouverneur; voor de vorderingen in kortgeding,
evenals de bezitsvorderingen zijn dergelijke machtigingen niet vereist. Om op te treden als
verweerster, mag het bestuur eigenmachtig beslissen. Art. 31. Klachten tegen de dijkgraaf dienen
schriftelijk, per aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs, ingediend te worden bij het bestuur.
De klacht dient concreet te zijn en met redenen omkleed. De algemene vergadering zal besluiten
op welke manier de klacht behandeld zal worden waarbij de rechten zowel van de aanklager als van de verdediger
worden gerespecteerd. HOOFDSTUK III. - Personeel Art. 32. De ontvanger-griffier wordt
door de algemene vergadering bij geheime stemming benoemd. De ontvanger-griffier moet Belg zijn,
meerderjarig, de burgerlijke en politieke rechten genieten en een gedrag vertonen dat in overeenstemming
is met de eisen van de functie waarvoor hij postuleert. Een oproep tot de kandidaten, met melding
van de voorwaarden, wordt gedaan in het Belgisch Staatsblad en in twee plaatselijke dag- of weekbladen,
dit ten minste twee maanden vóór de algemene vergadering, waarop er tot de benoeming van de nieuwe ontvanger-griffier
zal worden overgegaan. Degenen die zich kandidaat willen stellen, moeten hun aanvraag aan de
dijkgraaf, bij aangetekend schrijven toesturen ter zetel van de polder. Kandidaten moeten tenminste
een gehomologeerd getuigschrift van hoger onderwijs korte type of gelijkwaardige studies bezitten, of
minstens vijf jaar relevante ervaring als ontvanger-griffier hebben. Het bestuur kan de kandidaat verzoeken
om een getuigschrift van bestuursrecht, erkend door de School van Bestuursrecht van de provincie West-Vlaanderen,
voor te leggen of zich ertoe verbinden deze bestuursleergangen volledig en met vrucht te volgen, dit
naargelang zijn getuigschrift en ervaringen. Vóór de algemene vergadering waarop de benoeming
plaatsheeft wordt een bekwaamheidsexamen ingericht. Het programma wordt door het bestuur vastgesteld.
Enkel de kandidaten die slagen in dit examen worden toegelaten tot de stemming op de algemene vergadering. Aan
al de stemgerechtigde ingelanden die de algemene vergadering bijwonen, wordt de lijst van de kandidaten
overhandigd. De benoeming gebeurt bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Mocht
bij een eerste stemming de volstrekte meerderheid niet worden bereikt, dan zal tot een tweede stemming
worden overgegaan die echter beperkt zal blijven tussen de twee kandidaten die het grootste aantal stemmen
hebben behaald. Art. 33. In afwijking van bepaling in bepaling in artikel 32 wordt, bij de
eerste aanduiding van de ontvanger-griffier, gekozen uit één van de uittredende en overgenomen ontvanger-griffiers
uit de vroegere polders, voor zover zich iemand kandidaat heeft gesteld. Art. 34. De ontvanger-griffier
is een vast benoemde ambtenaar aan wiens loopbaan enkel door overlijden, door het bereiken van de in
de polderwet vermelde leeftijd, door ontslagname of ontzetting uit zijn ambt, een einde kan worden gesteld. Het
ambt van ontvanger-griffier kan niet gesplitst worden in een apart ambt van ontvanger en griffier. De
algemene vergadering stelt de wedde van de ontvanger-griffier vast onder voorbehoud van goedkeuring door
de deputatie van de provincie West-Vlaanderen. Met het oog op de toepassing van de wettelijke
bepalingen inzake de arbeidsreglementering bepaalt het bestuur van de polder de omvang en de spreiding
van de dienstprestaties van de ontvanger-griffier, evenals de data waarop de vastgestelde wedde maandelijks
betaalbaar is. Art. 35. De ontvanger-griffier is gehouden, binnen de zes weken, na zijn benoeming,
een borgsom te storten waarvan het bedrag door de algemene vergadering wordt vastgesteld, zonder echter
het bedrag van zijn jaarwedde te mogen overschrijden. Deze borgsom wordt hem eerst terugbetaald
na neerlegging van zijn ambt, en na goedkeuring van zijn rekening van klerk tot meester. Vooraf zal hij
ook nog alle registers, rekenplichtigheidsstukken en boeken, stukken van beheer zowel als het volledig
hem toevertrouwd archief aan het bestuur moeten hebben overhandigd. Deze borgsom kan vervangen
worden door een hypothecaire inschrijving, van eerste rang, op zijn onroerende goederen, of door middel
van een derde borg of door de collectieve borgstelling van een daartoe gekend organisme. Art.
36. Buiten zijn wettelijk omschreven bevoegdheden is de ontvanger-griffier belast met de uitvoering
van alle administratieve werkzaamheden die de dijkgraaf, het bestuur en de algemene vergadering, ieder
in de sfeer van zijn bevoegdheid, hem opleggen. De ontvanger-griffier staat de polder bij op
juridisch, bestuurlijk, administratief en technische vlak. Hij zal onder meer instaan voor de
materiële uitvoering bij het opmaken en bijhouden van de kadastrale legger en de lijst van de stemgerechtigden,
evenals bij het opmaken van begroting, rekening en belastingskohier. De algemene vergadering
kan zijn werkzaamheden nader omschreven onder de vorm van permanente instructies en deze te allen tijde
aanvullen. Art. 37. De ontvanger-griffier houdt zijn kantoor op de zetel van de polder. Daar
de ontvanger-griffier belast is met het verhandelen van gelden die aan een openbaar bestuur toebehoren,
is hij een openbaar rekenplichtige die als zodanig onder de toepassing valt van de wetgeving op de Rijkscomptabiliteit. Art.
38. De dijk-, sluiswachters en andere personeelsleden worden door het bestuur benoemd. Het bestuur bepaalt
hun wedde en waakt over de goede uitvoering van hun taak. Bedrag van het loon en de loonsvoorwaarden
worden door het bestuur bepaald. De algemene vergadering stelt het arbeidsreglement van het
personeel van de polder vast. Daarin zijn onder meer vervat : functiebeschrijving, werving, vorming,
evaluatie, verlofstelsel en geldelijk statuut. Titel III. - De Polderbelastingen HOOFDSTUK
I. - Het vestigen van de belasting Art. 39. Alle uitgaven welke ten laste vallen van de polder
en die niet gedekt zijn door opbrengst van de goederen of bezittingen, toelagen of andere inkomsten,
dienen gedragen te worden onder vorm van belastingen. De belastingen worden ten bate van de
polder over alle ingelanden omgeslagen in verhouding tot de oppervlakte van de kavels waarvan zij eigenaar
zijn of het genot hebben krachtens een zakelijk recht. De erven die door de poldergrens worden
doorsneden, betalen à rato van de oppervlakte waarmee ze in de polder zijn gelegen. De algemene
vergadering is bevoegd om een minimum geschot per ingelande vast te stellen. De belasting is
verschuldigd en zal worden gevorderd van degenen die ingelanden zijn op 1 januari van het aanslagjaar. HOOFDSTUK
II. - Wijze van invordering van de belastingen Art. 40. Het kohier van de gewone belastingen
wordt elk jaar door de algemene vergadering opgemaakt en vastgesteld volgens de regels hiervoor bepaald
bij artikel 39. Art. 41. De belastingen moeten betaald zijn binnen de twee maanden na het versturen
van het aanslagbiljet. Na het verstrijken van de betalingstermijn wordt een herinnering verzonden waarbij
verwijlinteresten aangerekend worden net zoals bij de directe belastingen. Art. 42. Na uitvoerbaarverklaring
van het belastingskohier, door de deputatie, wordt door de ontvanger-griffier aan elke belastingschuldige,
een aanslagbiljet toegestuurd, houdende uittreksel van het hem betreffende belastingskohier. Op
bedoeld uittreksel, zullen volgende vermeldingen voorkomen : a. datum van de beslissing door
de algemene vergadering; b. datum van uitvoerbaarverklaring door de deputatie; c.
datum van de verzending van het aanslagbiljet; d. uiterste datum van betaling; e.
aanslagjaar; f. nummer van het artikel van het belastingskohier; g. de belastingsvoet
en het volledige bedrag van de te betalen belasting; h. de grondslag van de belasting; i.
de plaats waar en de wijze waarop kan worden betaald; j. de naam van de ontvanger-griffier; k.
de voet van de verwijlintrest; l. de mededeling dat er binnen de drie maanden bezwaar tegen
het aanslagbiljet kan ingediend worden bij de deputatie van de provincie; m. de mededeling
dat de legger met het oog op de herziening ervan, tijdens de maanden januari en februari ter inzage ligt
op het kantoor van de ontvanger-griffier. Titel IV. - Werken door de polder uit te voeren Art.
43. De polder voert de nodige werken uit ter realisatie van zijn doelstellingen zoals geformuleerd in
artikel 2 van dit reglement. Alle in het algemeen belang bestaande kunstwerken en waterlopen
worden door de polder onderhouden. Zij worden binnen het jaar na de goedkeuring van dit reglement nauwkeurig
door de algemene vergadering aangeduid. Te allen tijde kan de algemene vergadering de lijst of kaart
van de in het algemeen belang bestaande kunstwerken en waterlopen aanvullen of wijzigen. Naast
de gerangschikte waterlopen, kunnen alle overige waterlopen die een collectief belang hebben, opgenomen
worden in deze lijst of kaart. Art. 44. De werken tot onderhoud, zijn deze die jaarlijks of
periodiek terugkeren. De werken tot instandhouding, zijn werken die tot doel hebben de bewaring
en bestendiging van al bestaande kunstwerken te verzekeren. De werken tot onderhoud en instandhouding
omvatten onder meer : a. De gewone ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken zoals aangeduid
in artikel 6 van de wet betreffende de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967; b. het
onderhouden en in stand houden van alle kunstwerken zoals duikers, waternemingen, schuiven, sluizen,
overwelvingen, rabotten ten einde een normale waterdoorgang te verzekeren; c. het onderhouden
en in stand houden van het wegennet van de polder, van de beplantingen, van de gebouwen van de polder; d.
het gewoon onderhoud en in stand houden van de dijken en het stoppen van kleine bressen. Titel
V. - Bijzondere bepaling Art. 45. Een exemplaar van het goedgekeurde reglement ligt ter inzage
op de zetel van de polder. Art. 46. Goedgekeurd op de algemene vergadering van 9 maart 2011.
Goedgekeurd door de gemachtigd ambtenaar, Paul Thomas, afdelingshoofd Afdeling Operationeel
Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij, op 11 mei 2011. Het reglement treedt in werking
tien dagen na het verschijnen in het Belgisch Staatsblad. Het afdelingshoofd Operationeel Waterbeheer, P.
THOMAS