fin

Publié le : 2011-05-19

Image de la publication
VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ


Oostkustpolder. - Huishoudelijk reglement
Titel I. - Inrichting en doel
Artikel 1. Alle erven gelegen binnen de grenzen van het bij dit reglement gevoegd plan vormen een polder onder de benaming Oostkustpolder.
Het gebied van de polder bevindt zich geheel of gedeeltelijk op het grondgebied van de gemeenten Brugge, Knokke-Heist, Damme, Beernem, Oostkamp en Maldegem.
Art. 2. De polder heeft tot taak :
1. Het verwezenlijken van de doelstellingen en rekening houden met de beginselen zoals bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003 en het uitvoeren van de waterbeheerplannen voor zover daarin maatregelen en acties zijn voorzien die tot de bevoegdheid van de polder behoren, binnen de grenzen van het territoriale gebied.
2. Het voeren van een peilbeheer rekening houdend met de verschillende belangen in het gebied.
3. Alle zodanige beslissingen te nemen die de algemene vergadering in het belang van de polder nodig zal achten.
Art. 3. De polder heeft zijn zetel te Brugge en bij beslissing van de algemene vergadering in een andere gemeente gelegen binnen het werkingsgebied van de polder.
Titel II. - Het beheer van de polder
HOOFDSTUK I. - Algemene vergadering.
Art. 4. De legger van de in de polder gelegen erven wordt jaarlijks herzien uiterlijk op 1 januari.
Met het oog op de herziening zal de legger tijdens de maanden januari en februari ter inzage liggen op het kantoor van de ontvanger-griffier tijdens de kantooruren. Het recht van inzage en bezwaar tegen de in de legger voorkomende gegevens, wordt elk jaar via een bericht op het aanslagbiljet van het voorafgaande jaar bekendgemaakt.
Art. 5. Zijn stemgerechtigd in de algemene vergadering, de houders van zakelijke rechten waarvan het genot verbonden is van één of meer in het gebied van de polder gelegen erven, op voorwaarde dat de oppervlakte van deze één of meer erven minstens vijf hectaren bedraagt.
Elk lid van de algemene vergadering beschikt slechts over één stem.
Art. 6. Ingelanden die afzonderlijk geen stemrecht hebben, kunnen hun eigendommen groeperen tot het minimum van vijf hectaren, om gezamenlijk een afgevaardigde naar de algemene vergadering te zenden.
Zij die van dit recht wensen gebruik te maken, dienen hiervoor een schriftelijke overeenkomst op te stellen en deze vóór 1 september per aangetekende zending of tegen ontvangstbewijs aan de dijkgraaf ter zetel van de polder te laten geworden.
De aangeduide stemgerechtigde kan zich door een volmachtdrager laten vertegenwoordigen tenzij de overeenkomst anders bepaalt.
Deze groeperingen worden, behoudens tegenstrijdig beding in de overeenkomst, geacht een onbepaalde duur te hebben. Aldus zullen zij jaarlijks bij het herzien van de lijst van de stemgerechtigden op de lijst gehandhaafd worden, tenzij op dat ogenblik wordt vastgesteld :
a) dat de vereiste gezamenlijke oppervlakte van minimum 5 hectaren niet meer wordt bereikt;
b) of dat één of meer van de gegroepeerde ingelanden afzonderlijk stemrecht zou gekregen hebben, daarin begrepen de verkrijging van stemrecht zoals bepaald in artikel 31, tweede alinea, van de wet van 3 juni 1957;
c) of dat één of meer van de gegroepeerde ingelanden is overleden. Voor de handhaving van de groepering met de erfgenamen, die aan de wettelijke voorwaarden tot groepering zouden voldoen, is ten aanzien van de polder een nieuwe overeenkomst noodzakelijk;
d) of dat één of meer van de gegroepeerden aan de dijkgraaf zijn of hun beslissing hebben te kennen gegeven een einde aan de groepering te stellen, hetgeen tegenover de polder enkel geldig uitwerking zal hebben indien de overeenkomst van onbepaalde duur is en bedoeld aangetekend schrijven vóór 1 september aan de dijkgraaf wordt verzonden. Deze kennisgeving aan de dijkgraaf dient schriftelijk te gebeuren, hetzij bij aangetekend schrijven, hetzij tegen ontvangstbewijs en dit ter zetel van de polder;
e) of dat de in de overeenkomst bepaalde duur is verstreken;
f) of dat aan de overeenkomst met bepaalde duur vroegtijdig een einde is gesteld middels een kennisgeving van één van de gegroepeerden Deze kennisgeving dient schriftelijk te gebeuren, hetzij bij aangetekend schrijven, hetzij tegen ontvangstbewijs en dit aan de dijkgraaf ter zetel van de polder.
Art. 7. De lijst van de stemgerechtigden wordt jaarlijks vóór 1 oktober door het bestuur herzien en wordt op 31 december van elk jaar definitief afgesloten met inachtneming van de beslissingen van de deputatie, nadat zij gedurende één maand te rekenen vanaf 1 oktober ter inzage zal hebben gelegen op het kantoor van de ontvanger-griffier tijdens zijn gewone kantooruren.
Zij die op de aldus vastgestelde lijst niet voorkomen, hebben geen recht van stemmen in de loop van het volgend jaar. Zij die er wel op voorkomen, hebben recht van stemmen in de loop van het volgend jaar ook al voldoen zij in dat jaar niet meer aan de vereisten om stemgerechtigd ingelande te zijn.
Art. 8. Ingelanden die rechten hebben op onverdeelde goederen verkrijgen stemrecht op voorwaarde dat deze rechten betrekking hebben op minstens 5 ha. Zij kunnen dit stemrecht uitoefenen in de voorwaarden bepaald bij artikel 16 van de wet van 3 juni 1957.
De overeenkomst, waarbij de gemeenschappelijke mandataris wordt aangesteld, of bij gebrek aan overeenstemming, de aanstelling door de vrederechter, dient vóór 1 september aan de dijkgraaf bezorgd te worden, hetzij per aangetekende zending, hetzij tegen ontvangstbewijs.
De in de overeenkomst aangeduide stemgerechtigde kan zich door een volmachtdrager laten vertegenwoordigen, tenzij dit uitdrukkelijk in de overeenkomst verboden wordt.
Behoudens een andersluidende overeenkomst wordt de persoon aan wie de uitnodiging tot de algemene vergadering wordt gestuurd geacht de gemeenschappelijke mandataris van de onverdeeldheid te zijn. De uitnodiging wordt gestuurd aan de persoon die als 1e vermeld staat op de kadastrale legger van de onverdeelde eigendom.
Art. 9. De volgens artikel 16, alinea 1, van de wet van 3 juni 1957 door een private of publieke rechtspersoon aangestelde gemachtigde moet om zijn stemrecht te kunnen uitoefenen, het schriftelijk bewijs van zijn aanstelling door het orgaan dat volgens de wet, het decreet of de statuten daartoe bevoegd is, voorleggen voor de aanvang van de vergadering. In geval van een zaakwaarneming kan de zaakgelastigde zich enkel via een volmacht op de algemene vergadering aanbieden.
Art. 10. Stemgerechtigden kunnen zich op de algemene vergadering door een gevolmachtigde naar hun keuze, die al dan niet ingelande is, laten vertegenwoordigen.
Een gevolmachtigde kan slechts drager zijn van één enkele volmacht.
Om geldig te zijn, moet de volmacht voldoen aan :
- toekomen drie kalenderdagen vóór de algemene vergadering op de zetel van de polder (per post of afgegeven);
- gewettigde handtekening () van volmachtgever;
- adres van de volmachtgever en volmachtdrager;
- bevat de eigen geschreven vermelding "goed voor volmacht".
Vóór de algemene vergadering wordt een proces-verbaal opgesteld met geldige en ongeldige volmachten, getekend door de dijkgraaf en ontvanger-griffier.
Een model van volmachtformulier wordt als bijlage aan dit huishoudelijk reglement gevoegd.
Art. 11. Ieder jaar op een datum en plaats door het bestuur te bepalen, wordt een gewone algemene vergadering gehouden.
Buitengewone algemene vergaderingen worden, volgens de noodwendigheden, gehouden op beslissing van het bestuur of op verzoek van ten minste één derde van de leden.
Art. 12. De oproepingen voor de algemene vergaderingen, zo gewone als buitengewone, gebeuren per gewone post, die moeten verzonden worden minstens twee weken vóór de zitting. Zij zullen naast de agenda, ook dag, uur en plaats van de vergadering vermelden.
De oproepingsbrieven voor de gewone algemene vergadering bevatten :
- proces-verbaal van de vorige algemene vergadering;
- een samenvatting van de rekening van het voorbije jaar;
- het ontwerp van de begroting voor het lopende dienstjaar;
- een samenvatting van het werkingsverslag van het voorbije jaar;
- een verklarende nota met betrekking tot de geplande werken.
Wanneer de hoogdringendheid bewezen is, kan er voor buitengewone algemene vergaderingen afgeweken worden van de verplichting om twee weken op voorhand de oproepingsbrieven te verzenden. In dit geval moet de oproepingsbrief uitdrukkelijk de hoogdringendheid inroepen.
Art. 13. De algemene vergadering wordt gehouden onder het voorzitterschap van de dijkgraaf of bij afwezigheid van de dijkgraaf, de adjunct-dijkgraaf, of bij afwezigheid van de adjunct-dijkgraaf, het oudste bestuurslid.
De zitting vangt aan met de melding van het aantal stemgerechtigde leden, en het aantal aanwezige stemmen.
Van de algemene vergadering wordt een verslag opgemaakt en door de voorzitter van de vergadering en de ontvanger-griffier ondertekend. Bezwaren kunnen ingediend worden tot drie weken na het versturen van het verslag. De opmerkingen of bezwaren over het verslag worden aan het bestuur voorgelegd dat beslist over de nodige aanpassingen waarbij de beslissingen van de algemene vergaderingen niet kunnen gewijzigd worden. In de volgende algemene vergadering wordt het verslag bekrachtigd.
Art. 14. Geen geldige beslissing kan worden genomen over punten buiten de agenda tenzij in geval van hoogdringendheid of op vraag van twee derde van de aanwezige stemmen.
De hoogdringendheid moet gemotiveerd worden.
Art. 15. Alle besluiten van de algemene vergadering worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter van de vergadering
Geheime stemmingen hebben plaats voor de verkiezing van bestuursleden, voor elke benoeming en tuchtmaatregel en telkens wanneer er over personen dient te worden gestemd, evenals op verzoek van minstens één vierde van de aanwezige stemgerechtigden. Bij staking van stemmen bij een geheime stemming is het voorstel verworpen.
De vergaderingen zijn niet openbaar.
HOOFDSTUK II. - Het bestuur
Art. 16. Het bestuur van de polder is samengesteld uit een dijkgraaf, een adjunct-dijkgraaf en negen gezworenen.
Het dagelijks bestuur van de polder bestaat uit de dijkgraaf, adjunct-dijkgraaf, ontvanger-griffier en een ander bestuurslid
Als overgangsmaatregel bij de eerste samenstelling van het bestuur geldt dat uit de vroegere polders, betrokken in de samensmelting tot de Oostkustpolder, één vertegenwoordiger opgenomen wordt in het bestuur voor een polder met een totale oppervlakte minder dan 2 500 ha, drie vertegenwoordigers voor een polder met een oppervlakte tussen 2 500 en 7 500 ha en vier vertegenwoordigers voor een polder met een totale oppervlakte van meer dan 7 500 ha, voor zover er zich iemand kandidaat stelt en deze ook ingelande is voor de polder die hij vertegenwoordigt.
Art. 17. Voor de verkiezing van het bestuur worden drie achtereenvolgende geheime stemmingen gehouden.
Door de eerste stemming worden alle bestuursleden aangewezen; door de tweede en derde stemming worden onder de aldus verkozen bestuursleden achtereenvolgens de dijkgraaf en de adjunct-dijkgraaf aangewezen.
Art. 18. Bij vacature van één of meer bestuursambten heeft elke ingelande al of niet stemgerechtigd, en die aan de wettelijke voorwaarden voldoet, het recht zijn kandidatuur te stellen die echter slechts ontvankelijk zal zijn indien zij schriftelijk aan de dijkgraaf wordt gericht, per aangetekende zending ter zetel van de polder, en dit ten minste één week vóór de algemene vergadering, waarop de verkiezing van een bestuursambt is geagendeerd.
Als overgangsmaatregel bij de eerste samenstelling van het bestuur, worden de kandidaatstellingen gericht aan de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen, Burg 4, 8000 Brugge.
Om te voorzien in één of meerdere vacatures wordt gehandeld zoals hierna bepaald :
1. In een eerste stemronde worden de nieuwe bestuursleden voor de vacante plaatsen aangeduid.
2. Zijn beide ambten van dijkgraaf en adjunct-dijkgraaf vacant, dan heeft de aanduiding van de dijkgraaf plaats in een tweede stemronde, terwijl in een derde stemronde de adjunct-dijkgraaf zal benoemd worden.
3. Staat alleen het ambt van dijkgraaf open, dan wordt hij in een tweede stemronde aangeduid; is het de zittende adjunct-dijkgraaf die daartoe benoemd wordt, dan heeft een derde stemronde plaats om een nieuwe adjunct-dijkgraaf te kiezen.
4. Indien alleen een adjunct-dijkgraaf moet benoemd worden, heeft die plaats in een tweede stemronde.
Aangezien de algemene vergadering onder de bestuursleden de dijkgraaf en de adjunct-dijkgraaf aanwijst, worden voor deze beide ambten geen kandidatuurstellingen vereist.
Art. 19. De stemverrichtingen worden geleid door een bureau, voorgezeten door de voorzitter van de vergadering. Het bureau bestaat verder uit twee afgevaardigden, aan te wijzen door de algemene vergadering onder de aanwezigen, op voorstel van de voorzitter. Deze afgevaardigden moeten aangenomen worden buiten de bestuursleden en de kandidaten voor een bestuurspost.
De ontvanger-griffier maakt als secretaris deel uit van dit bureau.
Na het einde van iedere stemronde neemt het bureau de stemmen op. De uitslag wordt door de voorzitter van het bureau bekendgemaakt en door de ontvanger-griffier geacteerd in het proces-verbaal van de zitting.
Al de stukken betreffende de verkiezing, waaronder de schriftelijke kandidatuurstellingen, de stembrieven, evenals de volmachten, worden door de ontvanger-griffier bewaard gedurende de termijn van minstens één jaar. In geval van verhaal tegen de geldigheid van de kiesverrichtingen wordt deze termijn verlengd tot één week na de eindbeslissing.
Art. 20. Aan de aanwezige stemgerechtigde ingelanden wordt de lijst van de kandidaten overhandigd.
Zij die het grootst aantal stemmen behalen, zullen verkozen zijn, met dien verstande dat de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen vereist is.
Art. 21. Indien in de eerste stemronde, na de eerste stembeurt, geen volstrekte meerderheid behaald wordt voor één of meerdere te begeven plaatsen, zal er een tweede stembeurt gehouden worden onder de kandidaten die deze volstrekte meerderheid niet hebben behaald.
In deze tweede stembeurt volstaat een gewone meerderheid.
Wanneer twee of meer kandidaten een gelijk aantal stemmen behalen, zal in eerste orde de voorrang gegeven worden aan een uittredend bestuurslid en in tweede orde door lottrekking.
Art. 22. Het mandaat van bestuurslid duurt zes jaar. Om de drie jaar wordt het bestuur gedeeltelijk hernieuwd, met dien verstande dat beurtelings en in deze volgorde vijf en zes bestuursposten vacant komen. De orde van uittreden wordt naderhand bepaald door het nieuw bestuur.
Het bestuur kan voorstellen om na drie jaar de vijf te hernieuwen plaatsen te herleiden tot drie en na zes jaar de zes te hernieuwen plaatsen te herleiden tot vier.
De vervallen mandaten kunnen hernieuwd worden telkens voor een termijn van zes jaar.
Art. 23. Indien voortijdig de plaats van dijkgraaf, adjunct-dijkgraaf of een gezworene vacant wordt, dan zal tot zijn vervanging worden overgegaan tijdens de eerstvolgende algemene vergadering.
Het bestuurslid, dat ter voortzetting van een voortijdig opengevallen mandaat wordt verkozen, voleindigt dit mandaat.
Art. 24. Alle gemeentebesturen zijn met raadgevende stem vertegenwoordigd in het bestuur van de polder door de burgemeester of de plaatsvervangende schepen.
Indien de burgemeester zijn mandaat van burgemeester komt te verliezen, maakt die niet verder deel uit van het bestuur.
De burgemeester die dan tot het bestuur toetreedt zal - voor wat de duur van zijn mandaat betreft - de termijn van het mandaat van zijn voorganger voltooien.
Op basis van de agenda kan het bestuur beslissen om een deskundige - zonder stemrecht - uit te nodigen op de bestuursvergadering.
Art. 25. Bij gelijktijdige verkiezing van kandidaten bestuursleden, die onderling bloed- of aanverwant zijn in één van de door artikel 29 van de wet van 3 juni 1957 verboden graden, zal diegene die het meeste aantal stemmen gehaald heeft, en bij gelijkheid van stemmen, de oudste in jaren verkozen worden. Door de gouverneur kan een afwijking verleend worden, zoals bepaald bij het derde lid van bedoeld artikel, uitgezonderd wanneer de oudste vóór tot de verkiezing wordt overgegaan, verklaart zijn mandaat niet te aanvaarden.
De kandidatuur om tot bestuurslid te worden benoemd die, bij vacature, zou worden gesteld door een ingelande die bloed- of aanverwant is van één van de aanblijvende leden van het bestuur of van de ontvanger-griffier is bijgevolg niet ontvankelijk.
Art. 26. De bijeenkomsten van het bestuur grijpen plaats volgens behoeften, en op de door de dijkgraaf vastgestelde data.
De uitnodigingen tot deze vergaderingen met vermelding van agenda - geschieden ten minste één week vooraf. In geval van hoogdringendheid kan zelfs een mondelinge uitnodiging tot een onmiddellijke vergadering volstaan.
Art. 27. Van de bijeenkomsten van het bestuur wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat ingeschreven wordt in een daartoe bestemd register en door de dijkgraaf en de ontvanger-griffier ondertekend.
Art. 28. Het bestuur kan enkel geldig beraadslagen wanneer de meerderheid van de in functie zijnde leden aanwezig is.
Mocht tijdens een bijeenkomst van het bestuur deze meerderheid niet aanwezig zijn, dan zullen in de loop van de eerstvolgende vergadering, met zelfde agenda, de beslissingen getroffen worden, welke ook het aantal van de aanwezige bestuursleden is.
De beslissingen worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemming is de stem van de dijkgraaf, of zijn vervanger, beslissend. In geval van geheime stemming is bij staking van stemmen het voorstel verworpen.
Als overgangsmaatregel worden in de eerste zes jaar na de start van de Oostkustpolder beslissingen met twee- derde meerderheid genomen, als voorstel aan de algemene vergadering, betreffende volgende punten :
- De beslissingen betreffende het principe en de voorwaarden van de verhuringen en verpachtingen van poldergoederen en het eventueel kwijtschelden van verplichtingen aangegaan door huurders, pachters en aannemers van werken of leveringen;
- Het vervreemden of andere daden van beschikking met betrekking tot de goederen van de polder;
- Het goedkeuren van het geschot of polderbelasting.
Art. 29. Het mandaat van bestuurslid is onbezoldigd. In de begroting kan het verlenen van een zitpenning opgenomen worden. Een vergoeding van reis- en verblijfkosten wordt voorzien volgens de normen welke ter zake gelden voor het overheidspersoneel.
Art. 30. De dijkgraaf neemt kennis van alle stukken die de polderwerking aanbelangen en deelt ze mee aan het bestuur in zijn eerstkomende vergadering.
De dijkgraaf treedt in rechte op, voor de polder, in overeenstemming met de aanwijzingen van het bestuur.
Om als eiser op te treden, moet het bestuur gemachtigd zijn door de algemene vergadering en door de gouverneur; voor de vorderingen in kortgeding, evenals de bezitsvorderingen zijn dergelijke machtigingen niet vereist.
Om op te treden als verweerster, mag het bestuur eigenmachtig beslissen.
Art. 31. Klachten tegen de dijkgraaf dienen schriftelijk, per aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs, ingediend te worden bij het bestuur. De klacht dient concreet te zijn en met redenen omkleed.
De algemene vergadering zal besluiten op welke manier de klacht behandeld zal worden waarbij de rechten zowel van de aanklager als van de verdediger worden gerespecteerd.
HOOFDSTUK III. - Personeel
Art. 32. De ontvanger-griffier wordt door de algemene vergadering bij geheime stemming benoemd.
De ontvanger-griffier moet Belg zijn, meerderjarig, de burgerlijke en politieke rechten genieten en een gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de eisen van de functie waarvoor hij postuleert.
Een oproep tot de kandidaten, met melding van de voorwaarden, wordt gedaan in het Belgisch Staatsblad en in twee plaatselijke dag- of weekbladen, dit ten minste twee maanden vóór de algemene vergadering, waarop er tot de benoeming van de nieuwe ontvanger-griffier zal worden overgegaan.
Degenen die zich kandidaat willen stellen, moeten hun aanvraag aan de dijkgraaf, bij aangetekend schrijven toesturen ter zetel van de polder.
Kandidaten moeten tenminste een gehomologeerd getuigschrift van hoger onderwijs korte type of gelijkwaardige studies bezitten, of minstens vijf jaar relevante ervaring als ontvanger-griffier hebben. Het bestuur kan de kandidaat verzoeken om een getuigschrift van bestuursrecht, erkend door de School van Bestuursrecht van de provincie West-Vlaanderen, voor te leggen of zich ertoe verbinden deze bestuursleergangen volledig en met vrucht te volgen, dit naargelang zijn getuigschrift en ervaringen.
Vóór de algemene vergadering waarop de benoeming plaatsheeft wordt een bekwaamheidsexamen ingericht. Het programma wordt door het bestuur vastgesteld. Enkel de kandidaten die slagen in dit examen worden toegelaten tot de stemming op de algemene vergadering.
Aan al de stemgerechtigde ingelanden die de algemene vergadering bijwonen, wordt de lijst van de kandidaten overhandigd.
De benoeming gebeurt bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
Mocht bij een eerste stemming de volstrekte meerderheid niet worden bereikt, dan zal tot een tweede stemming worden overgegaan die echter beperkt zal blijven tussen de twee kandidaten die het grootste aantal stemmen hebben behaald.
Art. 33. In afwijking van bepaling in bepaling in artikel 32 wordt, bij de eerste aanduiding van de ontvanger-griffier, gekozen uit één van de uittredende en overgenomen ontvanger-griffiers uit de vroegere polders, voor zover zich iemand kandidaat heeft gesteld.
Art. 34. De ontvanger-griffier is een vast benoemde ambtenaar aan wiens loopbaan enkel door overlijden, door het bereiken van de in de polderwet vermelde leeftijd, door ontslagname of ontzetting uit zijn ambt, een einde kan worden gesteld.
Het ambt van ontvanger-griffier kan niet gesplitst worden in een apart ambt van ontvanger en griffier.
De algemene vergadering stelt de wedde van de ontvanger-griffier vast onder voorbehoud van goedkeuring door de deputatie van de provincie West-Vlaanderen.
Met het oog op de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake de arbeidsreglementering bepaalt het bestuur van de polder de omvang en de spreiding van de dienstprestaties van de ontvanger-griffier, evenals de data waarop de vastgestelde wedde maandelijks betaalbaar is.
Art. 35. De ontvanger-griffier is gehouden, binnen de zes weken, na zijn benoeming, een borgsom te storten waarvan het bedrag door de algemene vergadering wordt vastgesteld, zonder echter het bedrag van zijn jaarwedde te mogen overschrijden.
Deze borgsom wordt hem eerst terugbetaald na neerlegging van zijn ambt, en na goedkeuring van zijn rekening van klerk tot meester. Vooraf zal hij ook nog alle registers, rekenplichtigheidsstukken en boeken, stukken van beheer zowel als het volledig hem toevertrouwd archief aan het bestuur moeten hebben overhandigd.
Deze borgsom kan vervangen worden door een hypothecaire inschrijving, van eerste rang, op zijn onroerende goederen, of door middel van een derde borg of door de collectieve borgstelling van een daartoe gekend organisme.
Art. 36. Buiten zijn wettelijk omschreven bevoegdheden is de ontvanger-griffier belast met de uitvoering van alle administratieve werkzaamheden die de dijkgraaf, het bestuur en de algemene vergadering, ieder in de sfeer van zijn bevoegdheid, hem opleggen.
De ontvanger-griffier staat de polder bij op juridisch, bestuurlijk, administratief en technische vlak.
Hij zal onder meer instaan voor de materiële uitvoering bij het opmaken en bijhouden van de kadastrale legger en de lijst van de stemgerechtigden, evenals bij het opmaken van begroting, rekening en belastingskohier.
De algemene vergadering kan zijn werkzaamheden nader omschreven onder de vorm van permanente instructies en deze te allen tijde aanvullen.
Art. 37. De ontvanger-griffier houdt zijn kantoor op de zetel van de polder.
Daar de ontvanger-griffier belast is met het verhandelen van gelden die aan een openbaar bestuur toebehoren, is hij een openbaar rekenplichtige die als zodanig onder de toepassing valt van de wetgeving op de Rijkscomptabiliteit.
Art. 38. De dijk-, sluiswachters en andere personeelsleden worden door het bestuur benoemd. Het bestuur bepaalt hun wedde en waakt over de goede uitvoering van hun taak.
Bedrag van het loon en de loonsvoorwaarden worden door het bestuur bepaald.
De algemene vergadering stelt het arbeidsreglement van het personeel van de polder vast. Daarin zijn onder meer vervat : functiebeschrijving, werving, vorming, evaluatie, verlofstelsel en geldelijk statuut.
Titel III. - De Polderbelastingen
HOOFDSTUK I. - Het vestigen van de belasting
Art. 39. Alle uitgaven welke ten laste vallen van de polder en die niet gedekt zijn door opbrengst van de goederen of bezittingen, toelagen of andere inkomsten, dienen gedragen te worden onder vorm van belastingen.
De belastingen worden ten bate van de polder over alle ingelanden omgeslagen in verhouding tot de oppervlakte van de kavels waarvan zij eigenaar zijn of het genot hebben krachtens een zakelijk recht.
De erven die door de poldergrens worden doorsneden, betalen à rato van de oppervlakte waarmee ze in de polder zijn gelegen.
De algemene vergadering is bevoegd om een minimum geschot per ingelande vast te stellen.
De belasting is verschuldigd en zal worden gevorderd van degenen die ingelanden zijn op 1 januari van het aanslagjaar.
HOOFDSTUK II. - Wijze van invordering van de belastingen
Art. 40. Het kohier van de gewone belastingen wordt elk jaar door de algemene vergadering opgemaakt en vastgesteld volgens de regels hiervoor bepaald bij artikel 39.
Art. 41. De belastingen moeten betaald zijn binnen de twee maanden na het versturen van het aanslagbiljet. Na het verstrijken van de betalingstermijn wordt een herinnering verzonden waarbij verwijlinteresten aangerekend worden net zoals bij de directe belastingen.
Art. 42. Na uitvoerbaarverklaring van het belastingskohier, door de deputatie, wordt door de ontvanger-griffier aan elke belastingschuldige, een aanslagbiljet toegestuurd, houdende uittreksel van het hem betreffende belastingskohier.
Op bedoeld uittreksel, zullen volgende vermeldingen voorkomen :
a. datum van de beslissing door de algemene vergadering;
b. datum van uitvoerbaarverklaring door de deputatie;
c. datum van de verzending van het aanslagbiljet;
d. uiterste datum van betaling;
e. aanslagjaar;
f. nummer van het artikel van het belastingskohier;
g. de belastingsvoet en het volledige bedrag van de te betalen belasting;
h. de grondslag van de belasting;
i. de plaats waar en de wijze waarop kan worden betaald;
j. de naam van de ontvanger-griffier;
k. de voet van de verwijlintrest;
l. de mededeling dat er binnen de drie maanden bezwaar tegen het aanslagbiljet kan ingediend worden bij de deputatie van de provincie;
m. de mededeling dat de legger met het oog op de herziening ervan, tijdens de maanden januari en februari ter inzage ligt op het kantoor van de ontvanger-griffier.
Titel IV. - Werken door de polder uit te voeren
Art. 43. De polder voert de nodige werken uit ter realisatie van zijn doelstellingen zoals geformuleerd in artikel 2 van dit reglement.
Alle in het algemeen belang bestaande kunstwerken en waterlopen worden door de polder onderhouden. Zij worden binnen het jaar na de goedkeuring van dit reglement nauwkeurig door de algemene vergadering aangeduid. Te allen tijde kan de algemene vergadering de lijst of kaart van de in het algemeen belang bestaande kunstwerken en waterlopen aanvullen of wijzigen.
Naast de gerangschikte waterlopen, kunnen alle overige waterlopen die een collectief belang hebben, opgenomen worden in deze lijst of kaart.
Art. 44. De werken tot onderhoud, zijn deze die jaarlijks of periodiek terugkeren.
De werken tot instandhouding, zijn werken die tot doel hebben de bewaring en bestendiging van al bestaande kunstwerken te verzekeren.
De werken tot onderhoud en instandhouding omvatten onder meer :
a. De gewone ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken zoals aangeduid in artikel 6 van de wet betreffende de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967;
b. het onderhouden en in stand houden van alle kunstwerken zoals duikers, waternemingen, schuiven, sluizen, overwelvingen, rabotten ten einde een normale waterdoorgang te verzekeren;
c. het onderhouden en in stand houden van het wegennet van de polder, van de beplantingen, van de gebouwen van de polder;
d. het gewoon onderhoud en in stand houden van de dijken en het stoppen van kleine bressen.
Titel V. - Bijzondere bepaling
Art. 45. Een exemplaar van het goedgekeurde reglement ligt ter inzage op de zetel van de polder.
Art. 46. Goedgekeurd op de algemene vergadering van 9 maart 2011.
Goedgekeurd door de gemachtigd ambtenaar, Paul Thomas, afdelingshoofd Afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij, op 11 mei 2011.
Het reglement treedt in werking tien dagen na het verschijnen in het Belgisch Staatsblad.
Het afdelingshoofd Operationeel Waterbeheer,
P. THOMAS

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld


debut

Publié le : 2011-05-19