fin

Publié le : 2008-01-04

Image de la publication
VLAAMSE OVERHEID

6 DECEMBER 2007. - Omzendbrief. - Bedrijfsadviessysteem inhoudelijke en administratieve vereisten voor het Vlaams Bedrijfsadviessysteem (BAS)



Het Agentschap voor Landbouw en Visserij (hierna het Agentschap genoemd) wil met deze omzendbrief de land- of tuinbouwbedrijfshoofden concreet informeren over de inhoudelijke en administratieve vereisten aangaande het Vlaamse bedrijfsadviessysteem (BAS). Voor meer informatie omtrent BAS wordt verwezen naar http ://www.vlaanderen.be/landbouw/BAS, en naar de buitendiensten van de Afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap.
1. Inleiding : van Europese verordening tot Vlaamse regelgeving
Uiterlijk op 1 januari 2007 dient elke Europese lidstaat een "Bedrijfsadviessysteem" (BAS) op te zetten, dat wordt beheerd door één of meer aangewezen autoriteiten of door particuliere instanties, en dat de land- en tuinbouwbedrijfshoofden moet helpen de kosten te dragen die voortvloeien uit het gebruik van adviesdiensten die de algehele prestatie van hun bedrijf moeten verbeteren. De adviseringsactiviteit dient ten minste betrekking te hebben op de "randvoorwaarden", zijnde de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen, en het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwgronden. Volgens de nieuwe plattelandsverordening dient er eveneens advies gegeven te worden over "op communautaire regelgeving gebaseerde arbeidsveiligheidsnormen".
Na overleg met de betrokken actoren heeft Vlaanderen ervoor geopteerd om, naast de hierboven beschreven adviesonderdelen "randvoorwaarden" en "arbeidsveiligheid", een extra adviesonderdeel aan het Vlaamse BAS te koppelen, nl. "bedrijfsoptimalisatie" (cf. infra). Deze drie adviesonderdelen werden thematisch onderverdeeld in 5 modules :
• Module 1 : milieu, goede landbouw- en milieuconditie
• Module 2 : planten- en volksgezondheid
• Module 3 : dierengezondheid en -welzijn, volksgezondheid (1)
• Module 4 : arbeidsveiligheid
• Module 5 : bedrijfsoptimalisatie :
o submodule 5.1 : bedrijfseconomische en milieuparameters
o submodule 5.2 : vermarktingsadvies
Het subsidiebedrag hangt af van de beschikbare budgetten, en wordt betaald aan de land- of tuinbouwbedrijfshoofden, zijnde de natuurlijke of rechtspersonen die een land- of tuinbouwbedrijf uitbaten. Het subsidiepercentage bedraagt 80 % van de totale advieskosten, met een maximaal subsidiebedrag van euro 1500 per (door een erkende adviesdienst verstrekt) BAS-advies.
Tussen de datum van ondertekening van twee opeenvolgende BAS-aanvraagformulieren (zie 3.1.3.8) dient minstens een periode van twee jaar te zitten.
Land- of tuinbouwbedrijfshoofden worden niet verplicht om een BAS-advies aan te vragen.
2. Inhoudelijke vereisten : een modulair systeem
2.1 Verplichte en relevante BAS-modules en randvoorwaarden
Een land- of tuinbouwbedrijfshoofd dat een BAS-subsidie wil aanvragen, is in principe verplicht advies in te winnen over modules 1, 2, 3, 4, en submodule 5.1; het inwinnen van advies omtrent submodule 5.2 is niet verplicht. Het is niet mogelijk om een gedeeltelijk (= over minder dan de verplichte BAS-(sub)modules) BAS-advies te vragen, tenzij advies over modules 2 of 3 niet relevant is voor de bedrijfsvoering. Zo dient een land- of tuinbouwbedrijf zonder dieren bijvoorbeeld geen advies in te winnen over module 3. Elk land- of tuinbouwbedrijf mét dieren is daarentegen verplicht om advies in te winnen over module 3. Voor modules 1, 2 en 3 kunnen er binnen een bepaalde module bepaalde randvoorwaarden wel, en andere niet van toepassing zijn op de specifieke bedrijfsvoering. Zo is de verordening voor de identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten uiteraard niet van toepassing op land- of tuinbouwbedrijven waar deze dieren niet voorkomen. Zowel de relevante als niet-relevante modules dienen in artikel 1 van het bij het Agentschap ter beschikking gestelde aanvraagformulier (zie 3.1) aangeduid te worden. Alle modules en randvoorwaarden dienen vermeld en toegelicht te worden in het BAS-advies; wanneer een bepaalde module en/of randvoorwaarde(n) niet relevant is/zijn voor de bedrijfsvoering, dient dit expliciet in het BAS-advies vermeld én toegelicht te worden.
2.2 Randvoorwaarden (Module 1, 2 en 3) : gemeenschappelijke bepalingen
2.2.1 Het advies inzake modules 1, 2 en 3 moet per module de drie volgende omstandig uitgewerkte adviesonderdelen bevatten :
1. en opsomming van de voor de bedrijfsvoering relevante (zie 2.1) randvoorwaarden;
2. De evaluatie van alle relevante (zie 2.1) randvoorwaarden per module, zoals vastgesteld tijdens een plaatsbezoek;
3. De nodige verbeteringsvoorstellen, met inbegrip van advies over mogelijk te sluiten beheersovereenkomsten en andere aangewezen maatregelen. De verbeteringsvoorstellen dienen steeds omstandig, nuttig, volledig en gemotiveerd te zijn en afgestemd op de specifieke kenmerken en behoeften van het land- of tuinbouwbedrijf.
2.2.2 In 2.3, 2.4 en 2.5 worden de minimale adviesonderwerpen per module bepaald. Het niet relevant zijn van een bepaald adviesonderwerp (zie 2.1) betekent niet dat er geen advies over dit adviesonderwerp kan gegeven worden. Zo kan er bv. voor een land- of tuinbouwbedrijf waar er geen zuiveringsslib wordt gebruikt, en waar de zuiveringsslibrichtlijn dus niet van toepassing is, wel geadviseerd worden om zuiveringsslib te gaan gebruiken in de toekomst, uiteraard rekening houdend met de na te leven voorwaarden aangaande de zuiveringsslibrichtlijn.
2.3 Module 1 : milieu, goede landbouw- en milieuconditie
2.3.1 Objectief : Advies (zie 2.2.1) over de goede landbouw- en milieuconditie, de vogel-, habitat-, grondwater-, zuiveringsslib- en nitratenrichtlijn (minimale adviesonderwerpen : zie 2.3.2).
2.3.2 Adviesinhoud : de volgende vijf (duidelijk uitgesplitste) adviesonderwerpen dienen terug te vinden zijn in het BAS-advies :
1. Goede landbouw- en milieuconditie :
• Voldoende geldige analyses i.v.m. koolstofgehalte en zuurtegraad (pH) (via een erkend laboratorium), incl. opvolging van de eventueel hieruit volgende (bemestings)adviezen;
• Toepassing minimale onderhoudsnormen (MON) voor alle percelen die niet voor productiedoeleinden gebruikt worden;
• Status en verplichtingen m.b.t. grasland (tijdelijk of blijvend);
• Erosiebestrijdingsmaatregelen in functie van de teelt en het perceel;
• Verbod op afbranden van stoppels.
2. Vogel- en habitatrichtlijn :
• Toepassingsgebied : alle percelen, en dus niet alleen de percelen die in een "Speciale beschermingszone" liggen, of die deel uitmaken van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN);
• Voorwaarden voor het wijzigen van vegetatie en kleine landschapselementen;
• (Nood aan) aanvraag van een natuurvergunning of ontheffing van verbod voor wijziging van vegetatie of van kleine landschapselementen;
• (Uitvoering van) de zorgplicht voor natuur met advies over beste aanpak in bedrijfsvoering;
• Regels voor vogelbescherming en bejagen van vogels (o.a. jachtwetgeving);
• Behoud van beschermde diersoorten.
3. Grondwaterrichtlijn :
• Gevaarlijke stoffen;
• Specifieke stoffen die mits een milieuvergunning indirect mogen geloosd worden;
• Noodzakelijkheid tot aanvraag van (een) bepaald(e) type(s) milieuvergunning;
• Afdekking verlaten grondwaterwinningen.
4. Zuiveringsslibrichtlijn :
• Toelating om zuiveringsslib te gebruiken (OVAM-gebruikscerticifaat, FAVV-gebruikstoelating en vervoersdocument noodzakelijk);
• Optimale toepassingsvoorwaarden slib.
5. Nitraatrichtlijn
• Aanwezigheid voldoende (fysische t.o.v. noodzakelijke) mestopslagcapaciteit;
• Voorwaarden voor de opslag van dierlijke (vaste of meng-) mest;
• (Overschrijding) Mestbalans;
• Uitrijverbod voor mest;
• Naleving verbod mestverspreiding op drassige, ondergelopen, bevroren of besneeuwde cultuurgrond, of in de nabijheid van een oppervlaktewaterlichaam;
• Naleving verbod op mestlozing;
• Emissiearme aanwending van mest.
2.3.3 De adviesinhoud dient steeds gericht te zijn op de correcte invulling van de op dat moment geldende randvoorwaarden. Voor meer informatie wordt hiervoor verwezen naar www.vlaanderen.be/landbouw/MTR.
2.4 Module 2 : planten- en volksgezondheid
2.4.1 Objectief : Advies (zie 2.2.1) over de (plantaardige component van de) verordening voor de levensmiddelenwetgeving en over de richtlijn voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (minimale adviesonderwerpen : zie 2.4.2).
2.4.2 Adviesinhoud : de volgende vier (duidelijk uitgesplitste) adviesonderwerpen dienen terug te vinden zijn in het BAS-advies :
1. Naleving verbod inzake niet erkende en niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen;
2. Spuittoestellen : onderhoud en (aanvraag van) keuringsbewijs;
3. Traceerbaarheid : minimale gegevens betreffende in- en uitgaande plantaardige producten; kan tezamen met het onderdeel "Volksgezondheid en dierengezondheid" van module 3;
4. Registratie van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
2.4.3 De adviesinhoud dient steeds gericht te zijn op de correcte invulling van de op dat moment geldende randvoorwaarden. Voor meer informatie wordt hiervoor verwezen naar www.vlaanderen.be/landbouw/MTR.
2.4.4 De informatie bekomen door de via Vegaplan aangevraagde certificaten inzake de Sectorgids Autocontrole voor de Primaire Plantaardige Productie, en/of inzake de bijkomende vereisten van de IKKB (Integraal Keten Kwaliteit Beheer) Standaard voor de Primaire Plantaardige Productie, kunnen gebruikt worden bij de evaluatie van alle relevante randvoorwaarden per module (zie 2.2.1.2). Voornoemde certificeringen kunnen echter niet in de plaats van een BAS-advies over module 2 gebruikt worden.
2.5 Module 3 : dierengezondheid en -welzijn, volksgezondheid
2.5.1 Objectief : Advies (zie 2.2.1) over onderstaande richtlijnen en verordeningen (minimale adviesonderwerpen : zie 2.5.2) :
1. Volksgezondheid en dierengezondheid :
• de (dierlijke component van de) verordening voor de levensmiddelenwetgeving;
• de richtlijnen en verordeningen inzake
o de identificatie en registratie van dieren (runderen, varkens, schapen, geiten);
o het gebruik van oormerken;
o de bedrijfsregisters en paspoorten voor runderen;
o het hygiënepakket;
o het verbod op het gebruik (in de veehouderij) van bepaalde stoffen met hormonale en thyreostatische werking, alsmede van beta-agonistenpreventie;
o bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE).
2. Kennisgeving van ziekten :
• de richtlijnen voor
o de bestrijding van mond- en klauwzeer (MKZ);
o de bestrijding van bepaalde dierziekten;
o de bestrijding en uitroeiing van bluetongue (schapen);
o specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte..
3. Dierenwelzijn : de richtlijnen voor minimumnormen ter bescherming van kalveren, varkens, en andere voor landbouwdoeleinden gehouden dieren.
2.5.2 Adviesinhoud : de volgende drie (duidelijk uitgesplitste) adviesonderwerpen dienen terug te vinden zijn in het BAS-advies :
1. Volksgezondheid en dierengezondheid :
• (De inschrijvingen in en het correct bijhouden van) het register;
• De aanwezigheid van voorgeschreven oormerken;
• De aanwezigheid van geldige paspoorten (alleen bij runderen);
• De correcte registratie in Sanitel (alleen bij runderen);
• Traceerbaarheid (de minimale gegevens betreffende in- en uitgaande dierlijke producten; kan tezamen met 2.4.2.3);
• Het hygiënepakket (naleving algemene voorschriften inzake de levensmiddelenhygiëne, evenals de specifieke voorschriften inzake diervoederhygiëne (voeders : geproduceerd door erkende of geregistreerde inrichtingen, gebruik van erkende toevoegingsmiddelen); melkproductiebedrijven (o.a. het respecteren van het leveringsverbod en de wachttijd voor het in de handel brengen), en eierproducenten);
• Registratie van diergeneesmiddelen;
• Het verbod op het gebruik van beta-agonisten en bepaalde stoffen met hormonale en thyreostatische werking;
• Regels betreffende de preventie, bestrijding en de uitroeiing van bepaalde overdraagbare TSE.
2. Kennisgeving van ziekten :
• Naleving meldingsplicht bij bedrijfsdierenarts i.v.m. MKZ, pest bij kleine herkauwers, de enzoötische hemorragische ziekte bij herten, schapen- en geitenpokken, de Teschener-ziekte, Rift Valley Fever, runderpest, vesiculaire stomatitis, nodulaire dermatose, de vesiculaire varkensziekte, en Blue Tongue (schapen);
• Kennis (van het land- of tuinbouwbedrijfshoofd) van de ziektesymptomen van voornoemde ziekten.
3. Dierenwelzijn :
• Kalveren (rekening houdend met bepaalde uitzonderingen voor kalverhouderijen met minder dan zes kalveren, en voor kalveren die door hun moeder gezoogd worden);
• Varkens (o.a. onderscheid tussen nieuwe (vanaf 1/1/2003) en oude stallen);
• "Andere diersoorten".
2.5.3 De adviesinhoud dient steeds gericht te zijn op de correcte invulling van de op dat moment geldende randvoorwaarden. Voor meer informatie wordt hiervoor verwezen naar www.vlaanderen.be/landbouw/MTR
2.5.4 De informatie die verzameld werd in het kader van het behalen van een IKM-certificaat (IKM = Integrale Kwaliteitszorg Melk) kan gebruikt worden bij de evaluatie van alle relevante randvoorwaarden per module (zie 2.2.1.2). Voornoemde certificering kan echter niet in de plaats van een BAS-advies over module 3 gebruikt worden.
2.6 Module 4 : arbeidsveiligheid
2.6.1 Objectief : Advies over arbeidsveiligheid.
Onverminderd het BAS-advies, dienen landbouwers die werkgever zijn te voldoen aan de Welzijnswet (Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk).
2.6.2 Adviesinhoud : Voor module 4 wordt het advies gegeven op basis van een controlelijst die minimaal onderstaande tien onderwerpen behandelt.
1. voorkomen van vallen en struikelen op het bedrijf :
a) vallen van een hoogte : zolderruimtes
b) vallen in putten : aalkelder, mestput, melkput, vijver
c) vallen van een ladder
d) struikelen : erfverharding, vloeren, rondslingerend materiaal
e) vallende voorwerpen
2. voorkomen van ongevallen met dieren
a) runderen : stal, omgang, verzorging, isolatiesystemen, onthoornen, vastmaken
b) varkens : stal, omgang, verzorging, isolatiesystemen
c) pluimvee : stal, omgang, verzorging
d) kleinvee : stal, omgang, verzorging, isolatiesystemen
e) ander vee en neerhofdieren : stal, omgang, verzorging
3. voorkomen van ongevallen met machines, werktuigen en installaties :
a) beschermkappen van aftakassen, riemen, kettingen, tandwielen, messen, motor, uitlaat
b) hydraulische systemen
c) signalisatie
d) vallende machineonderdelen- of lasten
e) gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
4. voorschriften met betrekking tot elektriciteit en verlichting
a) staat elektrische leidingen, aarding, schakelkast en schakelaars
b) keuring
c) aanpassingen in vochtige omgeving
d) lichtsterkte
5. voorkomen van brand en explosie
a) opslag brandbaar, ontvlambaar en explosief materiaal
b) nood- en evacuatieplannen
c) brandblusvoorzieningen
6. voorkomen van rug- en gewrichtsklachten
a) houding bij heffen en tillen van lasten
b) werken met machines
c) inrichting werkplaats
d) organisatie werk
e) ergonomie
7. omgaan met gevaarlijke producten
a) gebruik gevaarlijke producten en persoonlijke beschermingsmiddelen
b) opslag van en toegang tot gevaarlijke producten
8. voorkomen van en beschermen tegen stof, gassen en dampen
a) voorkomen, gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen
b) ventilatie
9. voorkomen van en beschermen tegen geluidsoverlast en trillingen
a) voorkomen, gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen
10. Risicobeheer ten opzichte van derden op het bedrijf :
a) bezoekers
b) leveranciers
c) kinderen
d) klanten
2.7 Module 5 : bedrijfsoptimalisatie
2.7.1 Objectief : Bedrijfsleidings- en milieuadvies, en optioneel ook vermarktingsadvies.
2.7.2 Adviesinhoud : de volgende (duidelijk uitgesplitste) adviesonderwerpen dienen terug te vinden zijn in het BAS-advies :
Submodule 5.1, bedrijfseconomische en milieuparameters :
• een overzicht van de algemene bedrijfsgegevens en parameters, vermeld in de bijlage bij het ministerieel besluit van 16 november 2007 (zie ook bijlage II van deze omzendbrief);
• een externe bedrijfsvergelijking, waarbij de hierboven vermelde bedrijfsparameters met de gemiddelde parameters van andere gelijksoortige bedrijven vergeleken worden;
• op de bedrijfsparameters gebaseerde voorstellen, met als doel de bedrijfsvoering te verbeteren.
De bedrijfseconomische boekhouding moet bovendien voldoen aan de voorwaarden zoals beschreven in de bijlage van het ministerieel besluit van 1 oktober 2007 betreffende bepalingen en minimumstandaard van de bedrijfseconomische boekhouding in de landbouw dienstig als basis voor de door de Vlaamse overheid gesteunde adviseringssystemen.
Submodule 5.2, vermarktingsadvies :
• een omschrijving van de missie van het bedrijf;
• een omschrijving van de doelstelling van het advies;
• een SWOT-analyse (Strengths - Weaknesses - Opportunities - Treaths; sterke punten, zwakke punten, kansen en bedreigingen) van het aangeboden product of de aangeboden dienst, het bedrijf en de bedrijfsomgeving;
• een consumentenanalyse en een afbakening van de doelgroep;
• een uitwerking van de marketingmix met minimaal de elementen, vermeld in de bijlage van het ministerieel besluit van 16 november 2007 (zie ook bijlage II van deze omzendbrief);
• een advies over de voortgangscontrole.
2.7.3 Het boekjaar waarin de bedrijfseconomische en milieuparameters bijgehouden worden, en waarop het advies voor BAS-submodule 5.1 dient gebaseerd te zijn, dient vermeld te worden op het aanvraagformulier (zie 3.1.3.4). Het land- of tuinbouwbedrijfshoofd kan zelf kiezen wanneer dit boekjaar start, rekening houdend met de volgende beperkingen :
• De uiterste inleveringsdatum (2 jaar na de datum van inwerkingtreding van het aanvraagformulier, zie 3.3.3) van de facturen en betalingsbewijzen dient te allen tijde gerespecteerd te worden. O.a. om deze reden wordt gevraagd om op het aanvraagformulier de datum te vermelden waarop de adviesdienst zich ertoe engageert om het BAS-advies aan de land- en tuinbouwbedrijfshoofden over te maken (zie 3.1.3.6);
• Het verbod van overlapping van dit boekjaar met een boekjaar waarvoor reeds een subsidie voor bedrijfsleidings- en/of milieuadvies werd of nog zal worden betaald (zie 2.7.4).
• Een boekjaar dient te starten op de eerste dag van een maand (bv. 1/5/2007-30/04/2008)
2.7.4 Aan land- of tuinbouwbedrijfshoofden die al van een subsidie voor bedrijfsleidingsadvies (BVR van 24 februari 2006) en/of milieuadvies (BVR van 12 maart 2004) genieten, kan de BAS-subsidie uitsluitend verleend worden als het land- of tuinbouwbedrijfshoofd zijn overeenkomsten in het kader van de hierboven vermelde subsidieregelingen heeft opgezegd. Bovendien mogen de bedrijfseconomische en milieuparameters, verzameld tijdens boekjaren waarvoor reeds een subsidie voor bedrijfsleidings- en/of milieuadvies werd betaald, niet gebruikt worden bij het opstellen van een advies omtrent BAS-submodule 5.1.
2.8 NIET-subsidiabele kosten
De volgende zaken kunnen niet gesubsidieerd worden met een BAS-subsidie :
2.8.1 De kosten voor bodem-, mest-, voeder- en andere analyses.
Het advies om een voor de randvoorwaarden, arbeidsveiligheid en/of "bedrijfsoptimalisatie" relevante analyse te laten uitvoeren is subsidiabel, maar de kosten van de analyse zelf niet.
2.8.2 De kosten voor het opstellen van vergunningen, formulieren, (verzamel- en andere) aanvragen, e.d.
Zo kan de noodzaak om een bepaalde vergunning (bv. een milieuvergunning) aan te vragen wel een subsidiabel onderdeel van een BAS-advies vormen, maar de kost van het opstellen, aanvragen en opvolgen van de vergunning niet.
3. BAS, administratieve vereisten : een cyclisch systeem
Om een subsidie in het kader van BAS te bekomen, dient de volgende procedure gevolgd te worden :
3.1 Invullen en indienen van een aanvraagformulier (zie bijlage I van deze omzendbrief) :
3.1.1 Inhoud : Een overeenkomst tussen een erkende adviesdienst en een land- of tuinbouwbedrijfshoofd, waarin de te adviseren modules bepaald worden, evenals de totale kostprijs van het BAS-advies, en de uiterste data inzake het inwinnen van en de subsidieaanvraag vóór een (volledig) BAS-advies.
3.1.2 "Erkende adviesdienst"
Een lijst met de voor BAS erkende adviesdiensten kan bekomen worden op http ://www.vlaanderen.be/landbouw/BAS, of via de buitendiensten van de Afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap.
3.1.3 Op het aanvraagformulier dient het volgende ingevuld te worden :
1. Naam, adres, geboortedatum en -plaats van het land- of tuinbouwbedrijfshoofd;
2. Landbouwernummer van het land- of tuinbouwbedrijfshoofd;
3. Naam en vertegenwoordiger van de erkende adviesdienst;
4. Punt 1, submodule 5.1 : boekjaar waarin de bedrijfseconomische en milieu-parameters verzameld werden (zie2.7.3);
5. Punt 1, kolom "Relevant op bedrijf (X = Ja)" : "X" invullen bij elke BAS-module die van toepassing is op het land- of tuinbouwbedrijf (zie ook 2.1);
6. Punt 1, kolom "Datum" : de datum waarop de erkende adviesdienst zich ertoe engageert over elke relevante module advies aan het land- of tuinbouwbedrijfshoofd te verstrekken;
7. Punt 1, laatste rij : de totale kostprijs (incl. BTW) van alle als "relevant" aangeduide BAS-modules;
8. Punt 5, datum inwerkingtreding : de datum waarop de periode van twee jaar, waarin het BAS-advies kan ingewonnen worden, start (zie ook 3.1.5). De datum van inwerkingtreding is de datum van ondertekening van het aanvraagformulier.
9. Handtekening (van de vertegenwoordiger van de erkende) adviesdienst;
10. Handtekening van het land- of tuinbouwbedrijfshoofd.
3.1.4 Adres en uiterste datum van inlevering : een exemplaar van het aanvraagformulier dient binnen de maand na de datum van inwerkingtreding (zie 3.1.3.8) aan de hoofddienst van de Afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap overgemaakt te worden, op volgend adres :
VLAAMSE OVERHEID
Agentschap voor Landbouw en Visserij
Structuur en Investeringen, BAS
Ellips, 4e verdieping
Koning Albert II-laan 35, bus 41
1030 Brussel
3.1.5 Opeenvolgende aanvraagformulieren : de datum van inwerkingtreding van een aanvraagformulier (zie 3.1.3.8) dient minimaal 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van het vorige aanvraagformulier te zijn.
3.2 Inwinnen van een BAS-advies
3.2.1 Inhoudelijke vereisten van het BAS-advies : zie punt 2 van de omzendbrief
3.2.2 Minimale administratieve gegevens, die op het BAS-advies dienen vermeld te worden :
1. de datum(s) van de/het plaatsbezoek(en);
2. de datum waarop het advies werd bezorgd aan het land- of tuinbouwbedrijfshoofd;
3. de naam van de adviseur per module;
4. de handtekeningen van het land- of tuinbouwbedrijfshoofd en de adviseur(s).
3.2.3 Het land- of tuinbouwbedrijfshoofd dient geen kopie van het ingewonnen BAS-advies aan het Agentschap te sturen. Via controles ter plaatse op het land- of tuinbouwbedrijf (zie 3.4.1 en 3.4.2) kan (de inhoud van) het BAS-advies gecontroleerd worden. Het Agentschap kan eveneens op elk moment om het even welke selectie van adviezen opvragen bij de adviesdienst. De adviesdienst krijgt tien werkdagen de tijd om deze adviezen op digitale drager aan het Agentschap te bezorgen.
3.3 Indienen van facturen en betalingsbewijzen :
3.3.1 Werkwijze : Eenmaal een volledig BAS-advies werd ingewonnen, dient de factuur van de erkende adviesdienst, evenals de bewijzen van betaling van deze facturen (bv. rekeninguittreksels) aan de hoofddienst van de Afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap overgemaakt te worden, op volgend adres :
VLAAMSE OVERHEID
Agentschap voor Landbouw en Visserij
Structuur en Investeringen, BAS
Ellips, 4e verdieping
Koning Albert II laan 35, bus 41
1030 Brussel
3.3.2 Factuur : Op de factuur van de erkende adviesdienst dienen ten minste de volgende gegevens vermeld te worden :
1. de naam, het adres en het landbouwernummer van het land- of tuinbouwbedrijfshoofd;
2. de modules waarover geadviseerd werd;
3. de totale advieskost.
3.3.3 Bijlage bij factuur
Bij de factuur hoort een bijlage, die samen met de factuur moet worden ingediend, waar volgende gegevens op dienen vermeld te worden :
1. de naam, het adres en het landbouwernummer van het land- of tuinbouwbedrijfshoofd;
2. de modules waarover geadviseerd werd;
3. het adviserend boekhoudbureau voor module 5;
4. de adviseur per module;
5. de datum(s) van de/het plaatsbezoek(en);
6. de totale advieskost;
7. belangrijkste geadviseerde module (ten behoeve Europese monitoring).
3.3.4 Uiterste inleveringsdatum : ten laatste twee jaar na de datum van inwerkingtreding vermeld op het aanvraagformulier (zie 3.1.3.8).
3.4 Controles (2) en betaling subsidie
3.4.1 Na administratieve en inhoudelijke controles, en steeksproefsgewijze controles ter plaatse (zie 3.2.3) door de buitendiensten van de Afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap, wordt de subsidie berekend (max. 80 % van de advieskost, met een plafond van euro 1.500) en betaald.
3.4.2 Zolang er voldaan is aan de voorwaarde vermeld in punt 3.1.5, kan er een nieuwe aanvraag ingediend worden, zelfs vóór er een subsidie in het kader van BAS werd uitbetaald op basis van een vorig aanvraagformulier.
4. Relevante regelgeving
• Verordening (EG) nr. 1782/2003, art. 4 en 5, bijlagen III en IV (randvoorwaarden en GLMC), en art. 14 (BAS);
• Verordening (EG) nr. 1783/2003, art. 21d (BAS);
• Verordening (EG) nr. 1698/2005, art. 24 (BAS);
• Besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 (randvoorwaarden en GLMC);
• Besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2004 betreffende de toekenning van subsidies aan bedrijfsleidingsdiensten voor het milieukundig adviseren van land- en tuinbouwbedrijven, gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2006 (subsidies voor milieuadvies);
• Besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 betreffende de toekenning van subsidies aan de land- en tuinbouwbedrijfshoofden die een beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst (subsidies voor bedrijfsleidingsadvies);
• Besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006 tot instelling van een bedrijfsadviessysteem voor land- en tuinbouwers (BAS);
• Besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2007 tot wijziging van het Besluit van 17 november 2006 (BAS);
• Ministerieel besluit van 16 november 2007 betreffende de instelling van specifieke adviesmodules en hun adviesinhoud in het kader van het bedrijfsadviessysteem (BAS).
• Ministerieel besluit van 1 oktober 2007 betreffende bepalingen en minimumstandaard voor de bedrijfseconomische boekhouding in de landbouw dienstig als basis voor de door de Vlaamse overheid gesteunde adviessystemen.
5. Documenten en externe links
• Bijlage I : Aanvraagformulier in het kader van het bedrijfsadviessysteem (BAS)
• Bijlage II : Adviesonderwerpen voor BAS-modules 5.1 en 5.2
• Op http ://www.vlaanderen.be/landbouw/BAS is de volgende informatie te vinden :
o De in punt 4 vermelde Europese, federale en Vlaamse regelgeving;
o De meest recente versie van de omzendbrief BAS;
o Het aanvraagformulier BAS;
o De meest recente lijst van erkende BAS-adviesdiensten;
o Het formulier "Aanvraag tot erkenning als BAS-adviesdienst";
o De contactgegevens van de hoofddienst en van de buitendiensten van de afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap;
o Links naar de brochures MTR (& randvoorwaarden)
Deze informatie kan eveneens bekomen worden via de buitendiensten van de afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap.
6. Lijst met afkortingen
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
De behandeling van een BAS-dossier kan problemen stellen die niet ondervangen worden met bovengenoemde richtlijnen. In deze omstandigheden kunnen de richtlijnen niet limiterend zijn bij de behandeling van het dossier.
K. PEETERS
Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid
_______
Nota's
(1) Module 1, 2 en 3 hebben betrekking op de randvoorwaarden
(2) De BAS-adviezen zijn vertrouwelijk. Zij kunnen enkel gecontroleerd worden door de afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap.

Bijlage I : Aanvraagformulier in het kader van het Bedrijfsadviessysteem (BAS; Besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006 en ministerieel besluit van 16 november 2007)
De heer/mevrouw(1) . . . . . bedrijfsleider van het land- of tuinbouwbedrijf/de vennootschap genaamd (1) . . . . .
. . . . .
Geboren te . . . . . op ....../........./..................
en wonende te . . . . . (straat) ............ (nr.)
.................. (postnummer). . . . . . (gemeente)
Landbouwernummer :  - 
enerzijds, hierna genoemd het land- of tuinbouwbedrijfshoofd,
en
. . . . .
. . . . .
anderzijds, hierna genoemd de adviesdienst, vertegenwoordigd door de heer/mevrouw (1)
. . . . .
zijn overeengekomen wat volgt :
1. De adviesdienst zal het land- of tuinbouwbedrijfshoofd adviseren over volgende modules, ten laatste op de hieronder vermelde datum(s), en aan de hieronder vermelde totale advieskost (incl. BTW) :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
2. Het land- of tuinbouwbedrijfshoofd/zaakvoerder of afgevaardigd bestuurder verklaart :
1) land- of tuinbouwbedrijfshoofd (in hoofd- of nevenberoep) te zijn;
2) zijn eventueel nog lopende verbintenissen in het kader van volgende besluiten opgeheven te hebben :
• het ministerieel besluit van 28 maart 2001 betreffende de toekenning van toelagen aan de bedrijfsleidingsdiensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006;
• het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2004 betreffende de toekenning van subsidies aan bedrijfsleidingsdiensten voor het milieukundig adviseren van land- en tuinbouwbedrijven, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005.
3. Het land- of tuinbouwbedrijfshoofd neemt kennis van het volgende (2) :
1) Om in aanmerking te komen voor een subsidie, is het land- of tuinbouwbedrijfshoofd verplicht om bij een erkende adviesdienst minimaal advies in te winnen over modules 1, 2, 3, 4 en 5.1; tenzij advies over module 2 of 3 niet relevant is voor de bedrijfsvoering.
2) Het land- of tuinbouwbedrijfshoofd heeft twee jaar de tijd facturen en betalingsbewijzen bij de hoofddienst van de Afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap voor Landbouw en Visserij in te dienen;
3) Voornoemde periode van twee jaar start op het moment van ondertekening van het aanvraagformulier;
4) Een exemplaar van het aanvraagformulier dient door het land- of tuinbouwbedrijfshoofd binnen de maand na ondertekening aan de hoofddienst van de Afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap voor Landbouw en Visserij te worden overgemaakt.
4. Het land- of tuinbouwbedrijfshoofd verbindt zich er toe zijn volledige medewerking te verlenen aan de adviesdienst en daartoe op een eerlijke, nauwkeurige en volledige wijze al de nodige gegevens te bezorgen die nuttig zijn voor de uitoefening van zijn opdracht. Het land- of tuinbouwbedrijfshoofd gaat akkoord om in voorkomend geval alle bijkomende inlichtingen te verstrekken, hetzij rechstreeks hetzij via zijn adviesdienst, die noodzakelijk zijn voor het onderzoek van de aanvraag om een BAS-subsidie.
5. Deze overeenkomst wordt ondertekend en treedt in werking op
............/............/20........................... (3)
(Handtekening adviesdienst) (Handtekening bedrijfsleider)
_______
Nota's
(1) Schrappen wat niet past
(2) De BAS-omzendbrief is te verkrijgen bij de buitendiensten van de Afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap voor Landbouw en Visserij, en op www.vlaanderen.be/landbouw/BAS.
(3) Het aanvraagformulier is bestemd voor de hoofddienst van de Afdeling Structuur en Investeringen van het Agentschap voor Landbouw en Visserij.

Bijlage II : Adviesonderwerpen voor BAS-modules 5.1 en 5.2 (cf. de bijlage bij het ministerieel besluit van 16 november 2007)
Voor submodule 5.1 behelst het advies minimaal de volgende elementen :
1° algemene bedrijfsgegevens :
a) algemeen : bedrijfstype en landbouwstreek;
b) arbeidsanalyse : volwaardige arbeidskrachten (VAK), arbeidskrachten (AK) en gewerkte uren van bedrijfshoofd, niet-betaalde en betaalde arbeidskrachten;
c) teeltplan : beteelde oppervlakte van elk gewas + basisoppervlakte voor bepaalde tuinbouwteelten;
d) veebezetting : gemiddelde veebezetting + berekening GVE;
e) overzicht neventakken;
f) productierechten : quota, emissierechten, toeslagrechten, aandelen coöperaties;
2° financiële balans : activa en passiva :
a) solvabiliteit;
b) moderniteitsgraad;
3° resultatenrekening van het volledige bedrijf : opbrengsten en alle kosten en het nettobedrijfsresultaat :
a) arbeidsinkomen : totaal, per volwaardige arbeidskracht, per oppervlakte beteelde oppervlakte, per gewerkt uur;
b) arbeidsinkomen bedrijfsleider : ondernemersinkomen;
c) arbeidsinkomen gezin : gezinsinkomen;
d) besteedbare financiële middelen;
e) cashflow;
4° resultatenrekening per bedrijfstak :
a) opbrengsten en operationele kosten (eventueel ook de toegerekende structurele kosten);
b) brutosaldi (eventueel ook het nettoresultaat als de structurele kosten werden toegerekend);
5° technisch-economische kengetallen per bedrijfstak : opsomming van relevante kengetallen die een technische analyse van elke bedrijfstak mogelijk moeten maken;
6° milieu-indicatoren :
a) energiebalans :
i) het elektriciteitsverbruik : het elektriciteitsverbruik in kWh, vermeld op de factuur met jaarafrekening van de elektriciteitsverdeler;
ii) het aardgasverbruik : het aardgasverbruik in m3, zoals vermeld op de factuur met jaarafrekening van de aardgasverdeler;
iii) het verbruik van petroleumproducten :
1) de begin-, eindvoorraad en aankoop van het aantal liter of kilogram lichte stookolie;
2) de begin-, eindvoorraad en aankoop van het aantal liter of kg extra zware stookolie;
3) de begin-, eindvoorraad en aankoop van het aantal liter petroleum voor de verwarming van bedrijfsgebouwen;
4) de begin-, eindvoorraad en aankoop van het aantal liter benzine;
5) de begin-, eindvoorraad en aankoop van het aantal kg steenkolen voor verwarming van bedrijfsgebouwen;
6) de begin-, eindvoorraad en aankoop van andere energiedragers (onder andere propaangas);
iv) verbruik van primaire energie in joule;
v) het totale energieverbruik in joule;
b) waterbalans :
i) het totale waterverbruik in m3, vermeld op het heffingenformulier van de VMM;
ii) het leidingwaterverbruik in m3, vermeld op de factuur van de openbare drinkwatermaatschappij;
iii) begin- en eindinventaris van de meterstand van de grondwaterpomp in m3;
iv) het verbruik van hemelwater in m3 als dat bekend is, of de dakoppervlakte waarvan regenwater opgevangen wordt en het volume hemelwateropvang in m3 als dat bekend is;
v) het verbruik van oppervlaktewater in m3 als dat bekend is;
vi) het aantal hectare drainage en irrigatie;
vii) waterbesparings- en afvalwaterzuiveringstechnieken als die toegepast worden;
c) nutriëntenbalans : op basis van de indicatoren, vermeld in punt 6°, c ), i, ii en iii, moet een nutriëntenbalans opgesteld worden waarin minimaal de gegevens opgenomen worden, vermeld in punt 6°, c ), iv.
i) begin- en eindinventaris van dieren, voeders en mest :
1) de inventaris van de dieren : opgave van het aantal dieren, ingedeeld in verschillende categorieën, met vermelding van het gemiddelde en het totale (geschatte of gewogen) gewicht per categorie;
2) de inventaris van de ruw- en krachtvoeders : opgave van het totale gewicht per soort voeder;
3) de inventaris van mest : opgave van het totale volume en gewicht per soort mest;
ii) de aanvoer van nutriënten :
1) de aanvoer van dieren : aanvoer van het aantal dieren per categorie met opgave van het gewicht per dier (weging) of per categorie (raming);
2) de aanvoer van aangekochte ruwvoeders : opgave van het gewicht per type ruwvoer met vermelding van het RE- (ruw eiwit) en P- (fosfor) gehalte als dat bekend is;
3) de aanvoer van krachtvoeders : opgave van het gewicht per type krachtvoeder met vermelding van het RE- en P- gehalte, vermeld op de aankoopfactuur;
4) de aanvoer van meststoffen : opgave van het gewicht van aangevoerde organische en minerale meststoffen met vermelding van de samenstelling per minerale meststof en het N- (stikstof), P2O5- (fosfaat) gehalte van dierlijke mest als dat bekend is uit analyse;
iii) de afvoer van nutriënten :
1) de verkoop en sterfte van dieren : opgave van het levend gewicht van verkochte dieren per type en het gewicht van sterfte van dieren per type (geschat gewicht vilbeluik);
2) de verkoop van dierlijke producten : opgave van het aantal liter melk (melkafrekening, thuisverkoop, eigen consumptie en melk voor kalveren) en de hoeveelheid andere melkproducten met opgave van het eiwit- en vetgehalte als dat bekend is, het gewicht van verkochte eieren;
3) de verkoop van plantaardige producten (exclusief voeders voor eigen gebruik) : opgave van het aantal verkochte kg per teelt met vermelding van het RE-, P- en K-gehalte als dat bekend is;
4) de afvoer van mest : opgave van het aantal ton afgevoerde mest per soort met de vermelding van het N- en P-gehalte als dat bekend is uit analyse.
iv) nutriëntenbalans
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
(a) OVERSCHOT = het verschil tussen de totale aanvoer en de totale afvoer;
(b) OVERSCHOT per ha, per dier, per 1000 dieren, per 1000 liter geproduceerde melk;
(c) TOTALE EFFICIENTIE = percentage van de totale aanvoer die opnieuw werd afgevoerd via verkochte dierlijke en plantaardige producten;
(d) EFFICIENTIE DIERLIJKE PRODUCTIE = percentage van de totale aanvoer die werd afgevoerd via verkoopbare dierlijke producten;
(e) RECOVERY = percentage van de totale aanvoer die opnieuw werd afgevoerd (inclusief mest en uitval);
(f) VERLIES = percentage van de totale aanvoer die niet opnieuw werd afgevoerd (100 % - Recovery %).
Voor module 5.2 behelst de marketingmix minimaal de volgende elementen :
1° product : naam, verpakking, soorten,...;
2° promotie : bepaling van de wijze van communicatie over het product;
3° prijs : bepaling van de kostprijs van het product en van de kostprijs van gelijksoortige producten => prijsbepaling;
4° plaats : mogelijke afzetstrategieën : waar wordt het product aangeboden, hoe raakt het daar,...;
5° personeel : evaluatie van de partners.


debut

Publié le : 2008-01-04